Inhoudsopgave W
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

WAADVERMOGEN

Met een voertuig door ondiep water kunnen verplaatsen: hierbij is de diepte van het water afhankelijk van de specificatie ‘waadvermogen’ van het voertuig.

Doorwaden houdt in dat een voertuig zonder gebruik te maken van speciale uitrusting noch van bijzondere preventieve handelingen van de chauffeur of bemanning een waterloop kan overwinnen. Tot een aangegeven diepte kan het voertuig te water gaan, bijvoorbeeld bij een amfibische landing, waarbij wielen of rupstracks in contact blijven met de grond.

Doorwaden is derhalve iets anders dan varen.

Terug naar Boven

 

WAARMERKING

Afgekort: wmk. Synoniem: authenticatie. Duits: Authentisierung, Authentikator (Abfrage und Antwort). Engels: authentication, authenticator (challenge and reply). Frans: authentification.

Waarmerken is het bekrachtigen van de echtheid, geldigheid of oorsprong van een document door het aanbrengen van een merkteken. Het merkteken is een handtekening of paraaf (vervanging van de handtekening die bestaat uit de eerste letter(s) van de naam).

Een voorbeeld van waarmerking aan de onderzijde van een geschreven bevel

Het merkteken wordt in de regel aangebracht door het hoofd van de sectie die stafverantwoordelijk is voor opstellen van het bevel, op bataljonsniveau in de regel de Sectie 2 (Inlichtingen) of 3 (Operatiën). Deze functionaris is ook belast met de opmaak (steller).

De waarmerking staat – ter linkerzijde van de naam en rang van de commandant – aan de onderzijde van het bevel. De bijlagen van het bevel worden gewaarmerkt door de stafofficier die verantwoordelijk is voor het functiegebied.

Documenten die zijn voorzien van waarmerking moeten in hardcopy worden bewaard; overige documenten kunnen digitaal worden bewaard, maar moeten op elk moment beschikbaar kunnen worden gesteld.

In het kader van verbindingsveiligheid geldt waarmerking, indien een waarmerkingssysteem beschikbaar is, ook bij berichtgevingen over de radio. Hier is waarmerking een veiligheidsmaatregel ter bescherming van een verbindingssysteem tegen misleidende uitzendingen. De maatregel bestaat uit een verborgen waarmerking (uitdaging versus tegenuitdaging), zoals die ook wordt genoemd in de IK 11-7 (Memorandum voor Radiotelefonie):

Uitdaging

(Engels: challenge)

Procedure waarbij de ontvanger ertoe wordt gebracht zich door waarmerking als behorend tot de eigen (bevriende) partij te identificeren:

“Waarmerken – over”

Tegenuitdaging

(Engels: countersign)

Versluierde uitdaging door de ontvanger met het correcte antwoord, als identificatie van de zender van het bericht:

“Waarmerking……is……”

Waarmerking is verplicht na een opdracht tot waarmerken; na berichten waarin - in klare taal - radiostilte wordt bevolen, opgeheven of verbroken; of na berichten die onverwachte gegevens bevatten of anderszins als vijandelijke meldingspoging kunnen worden opgevat.

Terug naar Boven

 

WAARNEMEN

Systematisch en – voor de duur van een opdracht – gericht en onafgebroken observeren van een gebied op of onder het maaiveld, op of onder water en/of in de lucht door kijken, luisteren of (bij waarnemen gedurende een langere periode) inzet van elektronische, optische of andere middelen. Waarnemen heeft als doel de karakteristieke kenmerken, feiten, structuur en samenhang te leren kennen, opdat zoveel mogelijk de bedoelingen en bewegingen van de vijand duidelijk zijn.

Waarneming bepaalt de posities van eigen of vijandelijke eenheden, waardoor vroegtijdige rapportage en alarmmaatregelen mogelijk worden. Door het waarnemen van militaire en industriële installaties, overige objecten, terreindelen of troepenbewegingen wordt de vijand (uiteindelijk) beperkt in zijn vrijheid van handelen.

Waarneming geschiedt in de regel vanuit een gedekte opstelling voorin het gevecht, dan wel achter de voorste lijn eigen troepen (VLET), zoals een observatiepost (OP) of lying-up position LUP. Fysieke, visuele waarneming alleen mogelijk is bij een vrije ‘line of sight’. Voorbeelden van waarneming door inzet van elektronische, optische of andere middelen zijn:

AWACS (Airborne Warning and Control System)

geluidmeetsystemen

luchtfotografie

radar

sensoren

Unmanned Aerial Vehicles (Sperwer)

Van de generieke term ‘waarnemen’ zijn specifieke waarnemingsvormen afgeleid:

Nederlands

Engels

Betekenis

Monitoren

Monitoring

Gericht op het actief volgen van activiteiten van bepaalde gebeurtenissen en/of partijen

Toezicht houden

Supervision

Gericht op het zich houden aan een verplichting, zoals opgelegde sancties, overeenkomsten of verdragen

Verkennen

Reconnaissance

Gericht op het visueel waarnemen of op enig andere wijze het gewenste of ongewenste gedrag te detecteren om gegevens te bekomen over terrein, vijand en/of weer

De techniek van het fysiek, visueel waarnemen kent de volgende aanwijzingen in het gebruik:

  • Geduld: overhaaste waarneming ziet details over het hoofd.
  • Letten op afwijkingen op de basisprincipes van camouflage: shape (vorm), shine (glans en schittering), shadow (schaduw), silhouette (zichtbare omtrek en rechte lijnen) en spacing (uit elkaar plaatsen).
  • Waarnemen in een rustig tempo: hoe groter de afstand tot het waar te nemen object óf hoe kleiner het object, des te rustiger er dient te worden waargenomen.
  • Waarnemen van links naar rechts, van voor naar achter én van boven naar beneden.
  • Waarnemen vanuit de schaduw in plaats van de zon: de pupil blijft groot, waardoor de kwaliteit van het waargenomen beeld beter is.

De tactische tekens voor verschillende soorten waarnemingsposten zijn:

Waarnemingspost

Gevechtspost
Waarnemingspost ten behoeve van verkenning

Waarnemingspost ten behoeve van voorwaartse waarnemers (Forward Air Controllers)

Waarnemingspost met NBC-consignes

Terug naar Boven

 

WAARNEMINGS- EN LUISTERPOST

Voorheen: post te velde. Afgekort: WLP. Duits: Alarmpost; Horchpost. Engels: listening post.

De WLP is een vooruitgeschoven positie die wordt uitgebracht in het kader van gebieds- of objectbewaking ter beveiliging van het eigen optreden, waartoe ook beveiligingspatrouilles en verkenningselementen worden ingezet. Activiteit en/of nadering van vijandelijke grond- en/of luchtstrijdkrachten dient te worden verzameld en a.s.a.p. doorgegeven in de hiërarchische lijn. Vijandcontact én overige bijzonderheden worden door middel van R.A.D.U.S.A. gemeld aan de PC.

Eisen van de WLP:

Biedt vuur- en zichtdekking

Doel of terrein kan onder waarneming worden gehouden

Gedekt te bereiken én te verlaten

Locatie méér dan 500 meter buiten eigen werklocatie

Minimaal ligsleuf; idealer is gevechtsdekking (schuttersput)

Minimale bezetting is twee personen; idealer is drie (1 waarnemend, 1 zich te ruste begevend, 1 slapend); meest ideaal is zes (3 in WLP, 3 onmiddellijk daarachter in onderkomen).

Niet op locaties met markante terreinkenmerken, zoals alleenstaande bomen en struiken, bosranden, heuveltoppen en kruispunten

Uitgerust met hulpmiddelen voor duisternis en verminderd zicht

Verbindingen gegarandeerd (“één is géén”)

Vrij gebruik van wapens

Een WLP - de "oren en ogen" van de eigen eenheid - wordt doorgaans voor langere tijd, vaak tenminste voor 24 uur, uitgebracht.

De locatiekeuze van de WLP vindt plaats door de PC aan de hand van een kaartcoördinaat. De GPC bepaalt de exacte locatie ter plaatse. Eenmaal op locatie wordt aan de WLP-bezetting een V.E.I.T.O.N.O. verstrekt; deze wordt doorverstrekt bij het rouleren van de bezetting.

Werkzaamheden aan én in de WLP worden onder vuur- en zichtdekking of anders achter een camouflagenet uitgevoerd. De WLP-bezetting maakt een afstandsregistratiekaart en plaatst evt. struikeldraadlichtseinen en aanvullende beveiligingshulpmiddelen. De GPC maakt een roulatieschema voor de bezetting van de WLP én een contingency plan in geval van een voortijdig moeten loslaten van de WLP. Bij het afbreken van de WLP worden sporen gewist (afval, fysiek, ontlasting).

De WLP kan aanvullende taken krijgen in het kader van:

Luchtnabijbeveiliging

NBC-consignes (afwachtingsgebied en verzamelgebied)

Vuurleidingshulpmiddel

Terug naar Boven

 

WAARSCHUWINGSBEVEL

Duits: Vorbefehl. Frans: ordre d'avertissement. Engels: warning order. Bevel dat in het besluitvormingsproces kan zijn opgenomen voorafgaande aan de uitgifte van het feitelijke bevel.

Een waarschuwingsbevel wordt tijdig aan ondercommandanten uitgegeven om hen te attenderen op een komende actie. Het tijdige karakter van het waarschuwingsbevel geeft zowel commandant als ondercommandanten de mogelijkheid de noodzakelijke voorbereidingen te treffen. Het waarschuwingsbevel wordt aan hen uitgegeven aan de hand van het K.V.P.O.R..

Hoe meer informatie wordt verstrekt, des te sneller een ondercommandant zich kan voorbereiden op een komende actie en des te efficiënter de beschikbare tijd kan worden benut. Na uitgifte van het waarschuwingsbevel kan de ondercommandant zijn eigen besluitvormingsproces opstarten of, wanneer dat al is opgestart, bijwerken.

Zie ook: K.V.P.O.R. en trappen van voorbereiding.

Terug naar Boven

 

WALIBI

Eigenlijk: YAP-4442. Naar aanleiding van verkeersongeval met een ‘gewone’ YAD-4442 tijdens de koudweeroefening ‘Snow Falcon’ van 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel in Noorwegen – waarbij op 9 februari 1998 sergeant-majoor Tettero en soldaat Nieuwenhuysen om het leven kwamen – heeft Defensie zich herbezonnen op het personenvervoer met vrachtwagens.

De YAP-4442 met de bijnaam 'Walibi'

Als gevolg daarvan is de YAP-4442 ontwikkeld. Dit is niets anders dan een YAD-4442 met personeelsvervoermodules en roll bar: een stevige metalen staaf in de kooiconstructie op de laadruimte van de YAD-4442 om verwondingen tegen te gaan wanneer het voertuig onverhoopt mocht kantelen. Hiermee is de 4-tonner aangepast voor personenvervoer.

De personeelsvervoersmodules hebben een gelijkenis met de beschermde constructie van het karretje uit de achtbanen zoals die onder andere worden aangetroffen in attractiepark Walibi World in Biddinghuizen (Flevoland), vandaar de bijnaam “Walibi”.

Zie ook: YA-4442.

Terug naar Boven

 

WALS-RADAR

Betekenis: Waarschuwingsradar Luchtmobiele Stinger.

Draagbaar, 2-dimensionaal radarsysteem dat tijdige en relevante luchtdoelinformatie verschaft. Omdat het systeem rondom ± 20 km zicht heeft, wordt de onderscheppingskans van een helikopter of vliegtuig door de Stinger-schutter vergroot en de kans op verrassing van eigen troepen beperkt.

De effectiviteit van de Stinger-wapens wordt hiermee verhoogd ten opzichte van visuele waarneming, mede omdat het systeem over de mogelijkheid beschikt vriend en vijand te onderscheiden.

De Stinger-pelotons van 11, 12 en 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault zijn sinds 2000 samengevoegd in 11 Luchtverdedigingscompagnie ‘Samarinda' Regiment van Heutsz., zo ook de WALS-radarsystemen.

Zie ook: Stinger.

De Waarschuwingsradar Luchtmobiele Stinger (WALS)

Terug naar Boven

 

WAR AMONGST THE PEOPLE

Letterlijk: “Oorlogen tussen de mensen”. Militairen treden in gewapende conflicten op tussen en rondom burgers in bewoonde gebieden. Hieronder bevinden zich zowel onschuldige burgers als opponenten. Daarnaast vindt het conflict plaats onder het alziend oog van de media. De gevolgen zijn ingrijpend. Burgers worden in toenemende mate slachtoffer van gewapend geweld: “Civilians are the targets, objectives to be won, as much as an opposing force.”

Het waarschuwende paradigma is afkomstig van de Britse generaal b.d. Rupert Smith en wordt beschreven in zijn boek ‘The Utility of Force. The Art of War in the Modern World’ (2005). Smith was onder andere commandant van het BIH Command bij UNPROFOR in Sarajevo en plaatsvervangend SACEUR.

Mensen in het algemeen zijn volgens Rupert Smith het middelpunt van de oorlogvoering, niet de opponent. De klassieke, conventionele, industriële oorlogvoering, waarin een beslissende overwinning tot de mogelijkheden behoorde (“trial of strength”) bestaat niet meer. Oorlogvoering is fundamenteel veranderd, zo ook de gevolgen hiervan.

Het gaat er niet meer om de opponent te verslaan en de wil op te leggen, centraal staat het creëren van voorwaarden voor stabilisering en staatsvorming waaraan de meerderheid van de burgers zich wenst te committeren (“to win the clash of wills”). Zelfs na een wapenstilstand of overwinning worden conflicten voortgezet en dienen westerse krijgsmachten het op te nemen tegen een opponent die in staat is plotseling op te duiken en zich onder te dompelen in de samenleving.

De strekking van Rupert Smith is dat westerse krijgsmachten slecht zijn voorbereid op de ‘war amongst the people’. Dat blijkt niet alleen uit de oorlogen in Algerije en Vietnam, recenter zijn Irak en Afghanistan schoolvoorbeelden.

Volgens Rupert Smith zijn de zes trends van een 'war amongst the people':

LOCATIE

Amongst the people

Gevecht vindt plaats tussen de mensen i.p.v. op het slagveld

DOEL

Ends are conditional; to effect intentions

Scheppen van omstandigheden waaronder een oplossing wordt gevonden i.p.v. forceren van een beslissing

PARTIJEN

Non-state groupings

Strijdende partijen zijn bondgenootschappen tegenover groepen i.p.v. staten

INZET

Fight not to lose the force

Krachtsbehoud i.p.v. alles riskeren

TIJD

Timeless

Strijd lijkt eindeloos te duren

INNOVATIE

New use for old weapons and organizations

Steeds nieuwe toepassingen voor wapens en organisaties

Terug naar Boven

 

WAR DIARIST

In Nederland een relatief onbekend fenomeen: iemand die een operationeel dagboek schrijft door als schaduw van de commandant een missie bij te wonen. De war diarist gaat niet alleen mee Niet alleen omwille van de politieke verantwoording achteraf, maar ook om er lessons learned uit te trekken. In Nederland worden militairen in de rang van kapitein of majoor, in opdracht van de Commandant der Strijdkrachten (CDS), in de functie van operationeel dagboekschrijvers (war diarist) mee uitgezonden.

De directeur van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) heeft een behoefte gesteld voor een poule van 24 operationeel dagboekschrijvers, waarvan een deel reservist is. Deze operationeel dagboekschrijvers zorgen ervoor dat de complete (administratieve) verslaglegging uit het inzetgebied bij het NIMH terechtkomt.

Al in de Tweede Wereldoorlog kenden de geallieerden de war diarist. Het idee om dagboekschrijvers – bij voorkeur historici uit de krijgsmacht – mee te sturen op uitzendingen, dook in Nederland op na de missie van Dutchbat-III naar de enclave Srebrenica in 1994-‘95. Gebrekkige informatie over de val van die enclave leidde destijds tot onduidelijkheid over de politieke verantwoordelijkheid.

(Bron: onder andere ‘De Reservist’, AVRM, oktober 2007)

Terug naar Boven

 

WARMTELETSELS

Verzamelnaam voor letsels die kunnen optreden als gevolg van warmte, zowel bij normale warmweeromstandigheden als in warmweergebieden.

Warmteletsels kunnen worden onderverdeeld in:

Hitteflauwte  
Hittekramp Tekort aan zouten
Warmteuitputting Tekort aan vocht
Hitteberoerte Tekort aan warmteregulatie

HITTEFLAUWTE

Hitteflauwte wordt veroorzaakt door de stuwing van warmte in het lichaam, vochttekort en een lage bloedsuikerspiegel. De verschijnselen van hitteflauwte zijn flauwvallen, vaak na de inspanning, een koele, vochtige huid en een zwakke pols. De rectaal gemeten temperatuur is lager dan 39° Celsius.

HITTEKRAMP

Hittekramp wordt veroorzaakt door gebrek aan zout. De verschijnselen van hittekramp zijn pijnlijke spierkrampen en/of –trekkingen. De rectaal gemeten temperatuur is lager dan 39° Celsius. Daarnaast kan de huid zowel koel als warm en zowel droog als vochtig zijn.

Bron: de Vliegende Hollander (KLu), 64ste jaargang, nummer 10, november 2008.

WARMTEUITPUTTING

Warmteuitputting wordt, behalve door gebrek aan zout, veroorzaakt door langdurige blootstelling aan hitte, dehydratie en ophoping van stofwisselingsproducten.

De verschijnselen van warmteuitputting zijn extreme moeheid en dorst, desoriëtatie, angst, agressie en in rust een snelle, zwakke pols (sneller dan 100 per minuut). Daarnaast kan de huid zowel koel als warm en zowel droog als vochtig zijn. De rectaal gemeten temperatuur ligt tussen 39° en 40° Celsius.

HITTEBEROERTE

Hitteberoerte wordt veroorzaakt door een stoornis van het warmteregulatiecentrum in de hersenen door langdurige belasting aan hitte en uitdroging.

De verschijnselen van hitteberoerte zijn hoofdpijn, misselijkheid, bewustzijnsstoornissen, bizar gedrag en cardiovasculaire collaps. De huid is warm, droog en rood. De rectaal gemeten temperatuur is hoger dan 40° Celsius.

De behandeling van warmteletsels is eenvoudig. Zowel bij hitteflauwte als -kramp moet de patiënt op een koele plaats worden gelegd; de patiënt moet drinken, liefst ORS, sportdrank of zoutoplossing. Zijn kleding moet worden losgemaakt en uitrusting afgedaan. Bij warmteuitputting moet de patiënt daarnaast worden besprenkeld met water; ook moet een arts worden gewaarschuwd; de patiënt moet zo snel mogelijk worden afgevoerd. Bij hitteberoerte kan de patiënt alleen door specialistische hulp overleven (zuurstof- en infuustherapie en geforceerde koeling).

Bij warmte zorgt roken voor:

vaatvernauwing, m.n. van de slagaders

afname van de bloeddoorstroming, m.n. in extremiteiten en uitstekende lichaamsdelen

afname van de warmte-afgifte

toename van de kerntemperatuur

meer kans op uitdroging (dehydratie), m.n. hitteberoerte of warmte-uitputting

Ter voorkoming van warmteletsels geldt dat moet worden overgedronken (niet te veel!) én, indien mogelijk, 10 à 14 dagen moet worden geacclimatiseerd.

Verder geldt:

Houd elkaar in de gaten (buddysysteem)

Pas de kleding aan (hoofd bedekt houden)

Pas het werk- en rusttijdenschema aan

Zorg voor een goede lichamelijke conditie

Beperk alcohol en roken

Zie ook: reddingsdeken.

Terug naar Boven

 

WARNS, SLAG OM

Op 26 september 1345, in de late middeleeuwen, valt Graaf Willem IV van Holland en Zeeland met een grote legermacht Friesland binnen. Met 2.800 ridders, waarin bijna de gehele adel van Holland en Henegouwen was vertegenwoordigd, vaart hij over de Zuiderzee en splitste zijn leger in tweëen.

In de ochtend van 26 september komt het grootste deel van de vloot onder leiding van Graaf Willem IV bij Laaksum aan wal. Het kleinere contingent, onder leiding van zijn oom Jan van Henegouwen, landt bij het Sint Odulfus-klooster te Stavoren.

Als het Hollandse leger vervolgens naar Stavoren optrekt, duikt op de weg van Scharl naar Stavoren ineens het ongeregelde verbond van vrije Friezen op, die niets van een centraal machtsapparaat van de Hollandse adel moeten hebben en baas in eigen huis willen blijven. Het rebelse gewest Friesland slaagt erin de legermacht uiteen te laten vallen. De Hollanders vluchten alle kanten op en worden letterlijk terug de Zuiderzee in gedreven: 1.800 ridders sneuvelen, onder wie Graaf Willem IV zelf. Heden ten dage wordt te Warns het daar gelegen pad van Scharl naar Stavoren “De forkearde wei” (“De verkeerde weg”) genoemd.

Bron: de Volkskrant, 28 september 1996.

Ieder jaar op 26 september wordt de Slag om Warns herdacht als teken van het Friese 'nationalisme'. Langs de weg van Laaksem naar Stavoren aan de oever van het IJsselmeer aan De Rode Klif (It Reaklif) staat een zwerfkei-monument met de tekst “Leaver dea as slaef” (“Liever dood dan slaaf”) dat aan de Slag om Warns herinnert.

Terug naar Boven

 

WAR PENSIONS COMMITTEE

In het Nederlands: oorlogspensioenencommissie. Afgekort: WPC. In 1952 door de medische subcommissie van het Pact van Brussel opgestelde schaal die in de praktijk door medici (arbo-, bedrijfs- of keuringsartsen) wordt gebruikt als meetinstrument om bij lichamelijke letsels – bijvoorbeeld aan bovenste ledematen, zenuwstelsel en urogenitaalstelsel – aan te geven welke mate van invaliditeit het letsel wordt geacht ten gevolge te hebben. De beoordeling van de letselschade (mate van invaliditeit) is sinds 1 januari 1953 ook in gebruik binnen de Nederlandse krijgsmacht. De WPC-schaal is te vinden in een bijlage (‘Ontwerp invaliditeitsschaal’) van MP 31-101-1170.

Het verlies van de milt kan bijvoorbeeld leiden tot een invaliditeitspercentage van 30. Later kan aan de militair een invaliditeitspensioen (MP 32-500-1400) worden uitgekeerd als hij omwille van dienstongeschiktheid wordt ontslagen. Toch kan het zijn dat de militair in de burgermaatschappij gewoon aan het werk kan, omdat hij niet arbeidsongeschikt is. Er is dus een duidelijk onderscheid tussen dienstongeschiktheid (het niet kunnen functioneren als militair) en arbeidsongeschiktheid (het niet meer kunnen werken).

Subjectieve bevindingen van de betrokkene of zijn staat van dienst spelen bij de vaststelling van de mate van invaliditeit geen rol. Ook houdt de War Pensions Committee-schaal geen rekening met het verlies van arbeid (arbeidsongeschiktheid). Arbeidsongeschiktheid wordt beoordeeld op grond van Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en, sinds 1 januari 2006, op grond van de Wet werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA).

Met invaliditeit wordt volgens de WPC bedoeld iedere vermindering van de anatomische integriteit of functionele capaciteit van het individu; met invalide zijn het lijden aan enige vorm van invaliditeit. De invaliditeit wordt gewaardeerd door het vermogen tot het volbrengen van de normale levensfuncties van de invalide te vergelijken met die van een niet-invalide. De waardering daarvan wordt bepaald door de algemene graad van verlies aan arbeidsvermogen tengevolge van de invaliditeit en niet door het overgebleven arbeidsvermogen in een bepaald bijzonder beroep. De mate invaliditeit kan oplopen van 10 tot 100%.

Het Ministerie van Defensie heeft ten behoeve van de WPC-schaal een adviescommissie en hanteert hiertoe het Besluit procedure geneeskundig onderzoek blijvende dienstongeschiktheid en pensioenkeuring militairen (MP 31-101-1170).

Terug naar Boven

 

WATER

Veilig drinkwater is essentieel voor operationeel optreden. Ongezuiverd water - water dat niet correct is behandeld - kan ziekten als (para)tyfus, dysenterie, poliomyelitis, diarree e.v.a. overbrengen. Afhankelijk van plaats en omstandigheden kan water ook het middel zijn om ziekten als infectueuze hepatitis, schistosomiasis en amoebische dysenterie over te brengen.

Water is een eerste levensbehoefte...

Als voorbeeld: lessons learned uit de Amerikaanse operaties Desert Shield en Desert Storm hebben geleerd dat eenheden onder woestijnomstandigheden rekening moeten houden met tenminste 26½ liter per militair per 24 uur ('CALL Publication 93-1, 'Somalia. Operations Other Than War'). Een goede vochthuishouding – evenwicht tussen vocht dat het lichaam in gaat en wat eruit gaat (ademhalen, braken, defaeceren, transpireren, urineren) – is van essentieel belang. Donkergekleurde urine is een aanwijzing dat te weinig wordt gedronken en/of te veel vocht wordt verloren: er treedt uitdroging (dehydratie) op.

Water verwijdert afval- en gifstoffen, houdt het vochtniveau op peil en reguleert de lichaamstemperatuur. Er moet rekening worden gehouden met het feit dat onder normale omstandigheden het lichamelijk vochtverlies per nacht al gemiddeld 350 ml bedraagt!

De mens bestaat voor ± 60% uit water; het is bekend dat een volwassene per dag minimaal 1½ à 2 liter vocht (6 à 8 glazen) tot zich moet nemen om goed te kunnen blijven functioneren: niet alleen water, ook frisdrank, fruit, groente, koffie, melk, limonade, soep, thee en vruchtensap. Ook bieten, fruit, wortelen e.d. bevatten grote hoeveelheden vocht. In gebieden als woestijnen en oerwouden is het raadzamer om een paar maal veel water te drinken dan vele malen kleine hoeveelheden water te drinken.

Als de dorst eenmaal begint kampt het lichaam al met een tekort van minstens één liter water. Het is dus zeer belangrijk water op de man te hebben. Een gemakkelijk systeem is de CamelBak : een rugzak met ingebouwde waterzak met een drinkslang, opdat zonder gebruikmaking van de handen gedronken kan worden. Niet voor niets adverteert CamelBak met de slogan "Hydrate or Die" ("Drink of Sterf”). Bij gebrek aan CamelBak kan het dorstgevoel worden onderdrukt door het zuigen op grindsteentjes, knopen e.d.

De behoefte aan rein water ten behoeve van consumptie, koken, wassen e.d. bedraagt per brigade – uitgaande van 3.000 militairen - ± 61.000 liter per 24 uur, omgerekend 20 liter per militair per dag.

Zie ook: CamelBak, koudeletsels en warmteletsels.

Terug naar Boven

 

WAterboorinstallatie

Afgekort: WBI.

De waterboorinstallatie – die € 1,5 miljoen kost en in delen kan worden vervoerd op  flatrackcontainers – wordt gebruikt om in het kader van Peace Support Operations en humanitaire operaties bronnen te slaan tot op een diepte van 300 meter. Vervolgens wordt het opgepompte grondwater aan de waterzuivering aangeboden, waarna het water kan worden gebruikt ter distributie (o.a. drink- en waswater).

 

Het gevechtssteunmaterieel wordt gebruikt door een waterboordetachement van de genie.

De waterboorinstallatie is voor het eerst beproefd door een bouwmachinegroep van 13 Pantsergeniecompagnie in Bosnië-Hercegovina (SFOR-7).

De waterboorinstallatie is vervolgens bijvoorbeeld meegenomen in het kader van de Stabilisation Force in Iraq (SFIR).

Specificaties:

breedte

2 meter 50

gewicht

32 ton

hoogte

4 meter

lengte

12 meter

vermogen (in boorbedrijf)

285 kW

Terug naar Boven

 

WATEROVERSTEEK

Het passeren van een grote waterhindernis (grote(re) wateroppervlakten, kanalen, meren, rivieren e.d.) tijdens een verplaatsing.

Een wateroversteek kan op verschillende manieren plaatsvinden, afhankelijk van het aantal mensen dat moet oversteken, de aanwezigheid van gewonden en zieken, de benodigde en beschikbare materialen voor het overschrijden, de operationele noodzaak om zo snel mogelijk aan de overzijde van het water te komen, de tactische situatie, de factor tijd en de omgevings- en watertemperatuur.

Het oversteken van een waterhindernis is onder meer mogelijk met een drijfpakket met gevechtsuitrusting door het water; met lijnen/touwen boven het water; met vaartuigen of geïmproviseerd vlot over het water; of met voertuigen doorwadend.

In een tactisch scenario moet bij de keuze voor een geschikte locatie voor een wateroversteek, rekening worden gehouden met onbestreken ruimten (zoals bochten in en geaccidenteerd terrein naast de waterhindernis), oeververbindingen (bruggen), camouflage (gedekte oversteekplaats), stroomsnelheid van het water en vijanddreiging.

Bij het doorschrijden van een waterhindernis met een drijfpakket is het doel om met droge uitrusting, onder andere kleding, aan de overzijde van de waterhindernis te komen teneinde de opdracht verder te kunnen uitvoeren. Voor het drooghouden kunnen onder meer bilaminaat parka, gore-tex bivvi bag, gore-tex hoes van de slaapzak, poncho(-liner), puptent, regenhoes van de rugzak en waterdichte zakken worden gebruikt; rugzak, uitrusting en persoonlijk wapen worden hiermee als pakket drijvend gehouden. Het drijfpakket zal als ‘dekking’ voor zich uit door het water worden geduwd met daarbovenop het persoonlijk wapen.

Bij het zo tactisch mogelijk oversteken van een waterhindernis dient, zo mogelijk,  gebruik te worden gemaakt van gore-tex broek en parka, thermisch ondergoed en waterschoenen. Chestwebbing / ops-vest en persoonlijk wapen worden met behulp van een musketon aan het handvat van de rugzak gezekerd.

Met inachtneming van de officiële regelgeving wateroversteek volgens de nota ‘Geneeskundige ondersteuning van militaire activiteiten’ van de Inspecteur Geneeskundige Dienst van 4 oktober 2004, moet bij een wateroversteek met drijfpakket of vlot tenminste een Algemeen Militair Verpleegkundige met gewondentransportmiddel, resuscitatieapparatuur (zuurstof) en verbindingsmiddel aanwezig zijn:

Daarnaast moet rekening worden gehouden met omgevings- en watertemperatuur. Bij watertemperaturen onder 10 graden Celsius mag personeel NIET doorwaden.

Zie ook: drijfpakket.

Terug naar Boven

 

WATERSNOODRAMP 1953

Terug naar Boven

 

WAterZUIVERINGSTABLET

Duits: Wasserentkeimungstabletten; Wasseraufbereitungstabletten. Engels: water purification tablets. Frans: comprimés purification d’eau.

Nog geen 1% van het water ter wereld kan als drinkwater worden geconsumeerd, terwijl 4 van de 5 ziekten worden overgebracht door water en waterborne eencelligen. Ziekteverwekkers zijn met name wormeitjes, parasieten (amoeben, protozoëb - zoals Cryptosporidium - en cysten, zoals Giardia), bacteriën (buiktyfus, cholera en dysenterie, met name Vibrio cholerae, Escherichia coli en Salmonella typhi), virussen (adeno- en enterovirussen, hepatitis A en E) en allerhande sedimenten.

Waterzuivering is van levensbelang!

Op macroniveau verzorgt de genie de waterzuivering (bijvoorbeeld in missiegebieden), maar bij eenheden èn individueel is de militair zelf verantwoordelijk voor het zuiveren van (oppervlakte)water. Drinkwater moet veilig zijn en zodoende eerst worden gefiltreerd, gekookt of chemisch worden gezuiverd. Zeker voor militairen die zijn afgesneden van eigen troepen en/of Special Forces is het drinkbaar maken van vervuild of besmet water letterlijk van levensbelang. Hiervoor is de waterzuiveringstablet (NSN 6850-12-152-7462) een uitkomst: 2 tabletten  in 1 liter water zorgen na 20 minuten wachten voor drinkbaar water. Het werkzame bestanddeel van 17mg NaDcc (natrium-di-chloor-iso-cyanuraat) per tablet desinfecteert het water. Het water moet binnen 24 uur worden geconsumeerd.

Terug naar Boven

 

WAVE

In de Verenigde Staten: lift. In het kader van een air manoeuvre-operatie is een wave het aantal helikopters dat in één slag (met het maximale aantal helikopters) over één of meer tevoren vastgestelde luchtroutes verplaatst en op min of meer hetzelfde tijdstip op de eindlocatie arriveert.

Een wave is opgebouwd uit meerdere flights: twee of meer van hetzelfde type én in formatie vliegende helikopters onder leiding van een flightcommander. Het tijdstip waarop de eerste helikopter in de eerste wave vertrekt is Y-Hour.

Voor een wave én flights zijn onder meer van belang het aantal en type helikopters voor iedere slag, het aantal helikoptercrews, de af te leggen afstand en toewijzing én verdeling van de beschikbare helikoptercapaciteit, maar ook de beladings-, instijg- en vetrektijden.

De initiële inzet van een air manoeuvre-operatie wordt bij voorkeur massaal in één wave uitgevoerd om de tegenstander zo snel mogelijk een grote en bij voorkeur beslissende klap toe te brengen. De inzet van één wave – in principe zonder externe lading – betekent, met name bij een hoge dreiging, een snelle en verrassende uitvoering – bijvoorbeeld bij een raid.

Zie ook: flight en sortie.

Terug naar Boven

 

WD-1/TT

Afkorting voor: Wired Double, 1st version, Telephone/Telegraphy. Kabel voor veldtelefonie. WD-1/TT is samengesteld uit vier koperdraden van 0,28 mm en drie staaldraden van dezelfde dikte. Door de koperdraden loopt het signaal; de staaldraden geven de kabel een grotere sterkte. Omdat de koperdraden het signaal doorgeven, moeten de koperdraden worden ineengedraaid – en daaromheen de staaldraden geïsoleerd worden afgebonden – om een intacte verbinding te kunnen realiseren. Alle draden zijn bedekt met een flinterdun laagje zink.

Normaal gesproken wordt de WD-1/TT gebruikt vanaf een DR-8 (haspel, metalen drum), die met behulp van een RL-39 spoel kan worden op- en afgedraaid. Op één drum DR-8 zit een lengte van ± 400 meter WD-1/TT, die ± 2,2 kg weegt.

Zie ook: Multitel, veldtelefoontoestel TA-4881 en verbindingsmiddelen.

Terug naar Boven

 

WEBECO AUTOMAT 12/30 STOOMAUTOCLAAF

Webeco Automat 12/30 stoomautoclaaf

De Webeco is bij de Geneeskundige Dienst van de Koninklijke Landmacht in gebruik als sterilisator van medische hulpmiddelen, instrumentarium en materieel bij een overdruk van 2,1 bar (210 kPa) en een temperatuur van 134 graden Celsius.

Instrumentarium kan zowel onverpakt als enkelvoudig verpakt in papieren verpakking worden gesteriliseerd. Voor het steriliseren van instrumenten met nauwe holle ruimtes, poreus materiaal of vloeistoffen is de Webeco niet geschikt.

Deze draagbare tafelmodel-stoomautoclaaf is voorzien van een druk- en temperatuurmeter, timer om het sterilisatieproces at te tellen, diverse maatbekers en een inzetmand.

Voor de stoomopwekking mag uitsluitend aquadest (gedestilleerd water) of demiwater (gedemineraliseerd) water worden gebruikt.

Specificaties:

binnenmaten

12 x 10 x 29 cm

buitenmaten

34 x 41 x 48 cm

energiebronnen

  • netspanning (220 Volt/1.100 Watt)
  • vloeibare brandstof via brandersysteem (benzine, diesel, kerosine, petroleum, spiritus)

gewicht (inclusief brander)

24 kg

inhoud aquadest/demiwater

maximaal ± 200 ml

inhoud brandstoftank

½ liter

inhoud sterilisator

4,5 liter

lading inzetmand

maximaal ± 800 gram

maximale overdruk

2,5 bar (250 kPa)

maximale temperatuur

138 graden Celsius

sterilisatieproces

maximaal 20 minuten

Terug naar Boven

 

WEER

Duits: Wetter. Engels: weather. Frans: temps. Het geheel van in onderlinge samenhang zichtbare meteorologische elementen dat het gevolg is van de toestand van de atmosfeer op een bepaalde plaats op een bepaald moment.

bewolking

licht

lucht (-druk, -temperatuur en -vochtigheid)

maanhelderheid / nachthelderheid

mist

neerslag

(omgevings- en lucht-)temperatuur

wind (-kracht, -richting en –snelheid)

zicht (overdag en bij nacht)

zonneschijn

In Nederland gelden bijvoorbeeld:

neerslag per jaar

797 mm

zonneschijn per jaar

1.534 uur (≈ 64 dagen)

Dutchbat III in de sneeuw in Srebrenica. Foto: Wiebe Arts (uit: Checkpoint, nummer 6, juli-augustus 2009).

Het weer is een onzeker fysische element dat bijdraagt aan de situational awareness (SA). De weersgesteldheid is immers een belangrijke factor bij militaire operaties en kan hieraan zelfs schade toebrengen. Het weer – dat zeker wanneer het zich openbaart in overeenstemming met het klimaat, redelijk voorspelbaar is – wordt pas dominant wanneer het extreme vormen aanneemt, zoals hitte, koude en/of neerslag. Zo kunnen zich plaatselijk en tijdelijk (on)voorspelbare meteorologische afwijkingen voordoen die het optreden bemoeilijken.

Het weer is het vakgebied van de meteorologie (weerkunde). Meteorologen leveren onder andere meteorologische producten ten behoeve van (inter)nationale militaire operaties. Meteorologische informatie – d.w.z. klimatologische informatie, weersverwachtingen en weersimpactmatrices (die de invloed van het weer op operaties en eenheden inschatten) – is van strategisch en tactisch belang. Het weer is, in de regel in samenhang met het terrein, één van de elementen van gevechtsinlichtingen. Zo begint de voorbereiding op een missie met de Intelligence Preparation of the Battlefield (IPB), waarbij de omgeving van en de dreiging in een inzetgebied worden geanalyseerd: één van de effecten op de omgeving is het weer. De ‘T’ in OTVOEM/OATDOEM – de verkorte analyse in het operationele besluitvormingsproces – licht “terrein en weer” nader toe.

Gunstig gezinde weersomstandigheden voor eigen troepen vergroten de inzetbaarheid van middelen, de uitvoering van activiteiten, het vermogen om het terrein tactisch zo voordelig mogelijk te benutten en, in het algemeen, het voortzettingsvermogen van personeel en materieel. Niettemin kunnen lokale omstandigheden grote effecten op de weerssituatie hebben: zo beïnvloedt bergachtig terrein in hoge mate de wind, hebben wateroppervlakten sterke invloed op de luchtvochtigheid (bijvoorbeeld aan de kust) en is de beïnvloeding van het weerbeeld het grootst tijdens zonsopkomst en -ondergang.

Verder sorteert het weer effect op (de begaanbaarheid van) het terrein, moeten commandanten zich steeds bewust zijn van de mogelijkheden en beperkingen die extreme neerslag, temperaturen en wind kunnen hebben, en werkt het weer terdege in op de mate van (milieu-)verontreiniging of (CBRN-)besmetting. Specifieke vraagstukken zijn bijvoorbeeld:

artillerie

verticale windprofiel

windsnelheid

grondtroepen

heat stress

wind chill factor

logistiek

invloed van luchttemperatuur op de maximale belading van vliegtuigen

verwachte begaanbaarheid van onverharde wegen en landingsbanen

luchtsteun

bewolkingshoogte

hoeveelheid ijsafzetting

onweersbuien

verwachte zichtreductie

nachtzichtapparatuur en sensoren van wapensystemen

variaties in etmaaltemperatuur en achtergrondstraling

Voorbeelden van hoe het personeel tijdig kan worden voorbereid op dan wel gewaarschuwd voor het weer, zijn:

WBGT-index (wet bulb globe temperature)

In 1947 werd de Meteorologische Dienst Koninklijke Luchtmacht opgericht en gevestigd in de Van Helsdingenkazerne in Hilversum; in 1992 werd deze gereorganiseerd tot de Luchtmacht Meteorologische Groep (LMG) en in datzelfde jaar verhuisde zij naar de Vliegbasis Woensdrecht. De hoofdtaak van de LMG is het maken van weersverwachtingen voor eenheden van de Nederlandse krijgsmacht, in het bijzonder de Koninklijke Luchtmacht en de Koninklijke Landmacht. In 2005 automatiseerde de LMG haar netwerk van weerstations en koppelde het aan het landelijk raster van het KNMI; hierdoor ontstond een geintegreerd meetnet voor meteorologische waarnemingen. In 2008 tekenden Defensie en Verkeer & Waterstaat december een gemoderniseerde intentieverklaring tot samenwerking tussen Defensie en het KNMI.

Het mislukken van operatie Barbarossa, het Duitse offensief in Rusland dat begon op 22 juni 1941, wordt voor een groot deel toegeschreven aan het weer.

Eerst veroorzaakte overvloedige regen in de herfst drassige en daardoor goeddeels onbegaanbare wegen , daarna viel de Russische winter van 1941/’42 streng in. (Een ernstige klimatologische interpretatiefout, want er was juist een zachte winter voorspeld.)

De belegering van Leningrad, die uiteindelijk 900 dagen zou duren, kon door het Duitse 6de Leger – dat niet de beschikking had over winterkleding – in de winter van 1942/’43 niet langer worden voortgezet. Bovendien hadden de Duitsers zwaar te lijden van de lange logistieke lijnen, terwijl de Russische verdediging juist gemakkelijk van proviand kon worden voorzien omdat door de extreme vrieskou het Ladogameer, ten noordoosten van Leningrad, was dichtgevroren. De weg over het bevroren Ladogameer was de enige manier voor contact tussen het omsingelde Leningrad en de buitenwereld.

Andere historische momenten:

1281

De kamikaze ("goddelijke wind") vernietigt de vloot van de Mongolen onder Kublai Khan (4.400 schepen en 140.000 man) en behoedt Japan voor een invasie op de kust van Kyushu. De tyfoon vernietigt de helft van de vloot.

 

1588

Een Spaanse armada van 130 oorlogsbodems en ruim 30.000 koppen onder Philips II en diens invasiepoging van Engeland hebben direct te lijden onder extreme stormwinden. Kort na het vertrek uit Lissabon in mei slaat de ene storm na de andere toe. Na enkele weken keert slechts de helft van de aanvalsvloot terug en blijken vele schepen onherstelbaar beschadigd.

 

1812

Tijdens de Russische veldtocht van Napoleon’s Grande Armée valt voortijdig een zeer strenge winter in. Het blijkt een fatale vergissing in in de Russische weersomstandigheden: uiteindelijk verliest Napoleon meer mannen aan de weersomstandigheden, hongersnood en ziekten dan aan de strijd tegen de Russen.

 

1815

De Belgische modder verhindert het verplaatsen van Napoleon’s kanonnen bij Waterloo. Hierdoor stelt Napoleon de aanval uit tot 11.00 uur op 18 juni – in de hoop dat het maaiveld dan wat droger zou zijn – waardoor hij op het einde van de dag tijd tekortkomt. Het uitstel van enkele uren blijkt voor drie Pruisische korpsen onder maarschalk Von Blücher afdoende om Napoleon’s flanken te overrompelen.

 

1854

Tijdens de Krimoorlog wordt op 14 november op de Zwarte Zee de Franse oorlogsvloot getroffen door een ongekend zware storm en goeddeels verwoest. De Fransen verliezen hun belangrijkste oorlogsschip, ‘Henri IV’, onder kapitein Jehenne.

 

1859

Op 26 oktober wordt het prominente Britse oorlogsschip ‘Royal Charter’ in het Kanaal, aan de noordoostkust van Anglesey, op de rotsen geworpen. Ruim 450 mensen komen om het leven.

 

1917

De voorbereidende artilleriebeschietingen van de Slag bij Passendale in W.O. I hebben de afwatering van het landschap volledig ontregeld. Als het vervolgens begint te regenen, verandert het slagveld in een niemand ontziende modderwoestenij.

 

1950-‘53

De Nederlandse militairen die meedoen in het NDVN in de Korea-oorlog komen hardhandig achter de barre en bittere Koreaanse weersomstandigheden. Dankzij een verkeerde klimatologische inschatting komen de Nederlanders zonder winterkleding in Korea aan, terwijl temperaturen tot minus 20 graden Celsius gewoon zijn.

Het is moeilijk te bepalen wanneer de weersomstandigheden tactisch doorslaggevend worden; zowel eigen als vijandelijke troepen hebben er immers mee te maken. Emperisch wordt aangenomen dat de weersomstandigheden meer ten nadele van de aanvaller dan van de verdediger zijn.

Bronnen: o.a. ‘Encyclopedie van Nederland, deel 13, de Volkskrant (26 juni 2010) en ‘The Reader's Companion to Military History’, Robert Cowley & Geoffrey Parker (1996).

Terug naar Boven

 

WEGENMATTENLEGGER MLC-70

Duits: Faltstrassengerät (FSG). Engels: quick-laying road surface. Een wegenmat is een oprolbare stalen mat die geschikt is als tijdelijke verharding, bijvoorbeeld voor omleidingen en waterovergangen.

Het MLC-70 wegenmatsysteem (Faltstrassenverlegesystem), in dienst sinds 1999 en geproduceerd door Krauss-Maffei en MAN Nutzfahrzeuge, is bedoeld voor het begaanbaar maken van slecht te passeren terreindelen. Door de geïmproviseerde wegbouw van de genie vergroten de wegenmatten de mobiliteit van de eigen troepen. MLC betekent Military Load Class (brugclassificatie).

De installatie van het wegenmatsysteem is geplaatst op een vrachtauto MAN SX 2000 15kN 8 x 8, de opvolger van de DAF YAK-616 wegenmat.

Op de installatie bevindt zich een opgevouwen mat die zich tijdens het leggen, tijdens het vooruitrijden van de vrachtauto, automatisch ontvouwt.

Een wegenmat bestaat uit zgn. zeskantplaten (sechseckige Stahlgussplatte), die samen aaneengeschakelde elementen vormen van 2,77 meter (lengte) bij 4,20 meter (breedte).

In totaal kan op deze wijze tot 50 meter aan wegversterkingsmateriaal aan elkaar worden gekoppeld. De rijbreedte van de rijmat of -plaat is dus 4,20 meter.

De zeskantplaten die aan elkaar gekoppeld worden tot een wegenmat.

Ouderwets wegenmat leggen met de DAF YAK-616 wegenmat, zichtbaar op de achtergrond.

De legtijd van één wegenmat van 50 meter is ± 10 minuten; het opnemen van een wegenmat van 50 meter neemt ± 20 minuten in beslag. Het laden van een nieuwe wegenmat met behulp van een Liebherr mobiele kraan FKM kost ongeveer een half uur.

Het handmatig corrigeren van de zeskanten platen van een wegenmat

Op een wegenmat mag met een maximumsnelheid van 5 km per uur worden gereden. Wielvoertuigen tot MLC 32 en rupsvoertuigen tot MLC 70 mogen de wegenmat gebruiken.

Bij twee wegenmattenleggers behoort een Liebherr mobiele kraan FKM die de wegenmatten op- en af de vrachtauto hijst. Het systeem wordt bediend door 2 militairen. De wegenmattenleggers maken deel uit van de Constructiecompagnie. Elke Constructiecompagnie heeft 3 leguitrustingen en in totaal 9 wegenmatten.

De wegenmattenlegger MLC-70 ( © foto's: Liejon Schoot).

Specificaties:

breedte voertuig mét wegenmat

3 meter 03

breedte voertuig zónder wegenmat

2 meter 50

brugclassificatie voertuig

32

gewicht voertuig mét wegenmat

28.800 kg

gewicht voertuig zónder wegenmat

19.600 kg

hoogte voertuig beladen

3 meter 60

hoogte voertuig onbeladen

3 meter 02

lengte voertuig

11 meter 37

Zie ook: wegenplaat (zeskantplaat).

Terug naar Boven

 

WEGENPLAAT

Voluit: wegenplaat KL 30/50. Ook genaamd: zeskantplaat. Duits: sechseckige Stahlgußplatte. Engels: hexagonal plate; hexagonal mat.

De zeskantplaten die aan elkaar gekoppeld worden tot een wegenmat.

De gietstalen wegenplaat, die 22 à 25 kg weegt, is constructiemateriaal dat door de genie wordt gebruikt om tijdelijke toegangswegen, oeververhardingen, parkeerterreinen e.d. te verwezenlijken dan wel kortstondig weg(del)en te verharden.

Door het verbeteren van de mobiliteit hebben eigen troepen geen of minder hinder van hindernissen.

De schakelbare zeshoekige (hexagonale) platen – de vorm van een sneeuwkristal – grijpen in elkaar en vormen samen een wegenmat (KL 30).

De wegenmat is een min of meer permanente wegverharding.

De zeskantplaten kunnen handmatig worden gelegd of met behulp van een mattenlegger.

Tegenwoordig zijn er civiel ook aluminium, glasfiber en plastic zeskantplaten beschikbaar. Deze zijn echter ontoereikend voor het zwaarwegend Defensiemateriaal (Military Load Class).

In 2011 is de ‘gouden zeskantplaat’ geherintroduceerd bij CRSV de Mineur, de cadettenvereniging voor aspirant-officieren van de genie.

Voor wegverharding kan ook gebruik gemaakt worden van rij- of ringplaten (Engels: pierced steel planking, PSP). Rijplaten zijn langwerpige, geperforeerde stalen platen die worden gebruikt om een tijdelijk rijspoor aan te brengen.

Zie ook: wegenmattenlegger MLC-70.

Terug naar Boven

 

WEGVERPLAATSINGEN

Het verschil tussen tactische en niet-tactische wegverplaatsingen is uiteraard het element ‘tactisch’. Tactisch wil in dit verband zeggen dat de wegverplaatsing plaatsvindt binnen het inzet- of operatiegebied.

NIET-TACTISCH

TACTISCH

 

Groepering

Zo veel mogelijk organiek

In een gevechtsvaardige groepering

 

Gebied

Niet in de gevechtszone in het inzetgebied

In de gevechtszone in het inzetgebied

 

Route

Over één of meer marsroutes

Over één of meer marsroutes of gedeeltelijk in het terrein

 

Vijandcontact

Gevechtscontact met vijandelijke landstrijdkrachten is niet of nauwelijks te verwachten

 

Gevechtscontact met vijandelijke landstrijdkrachten is te verwachten

Voorbeeld

Verplaatsen naar een verzamelgebied

Verplaatsen naar een afwachtingsgebied

Terug naar Boven

 

WEGWIJZER SOCIALE ZEKERHEID DEFENSIE

In de Wegwijzer Sociale Zekerheid Defensie wordt uitgelegd hoe het stelsel van sociale zekerheid in elkaar zit en wat het belang en de plaats zijn van de door de Defensieorganisatie getroffen voorzieningen.

Het boekje bevat onder andere uitgebreide informatie over inkomen bij ziekte, de WIA (Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen), re-integratie, WW (Werkloosheidswet) en diverse bovenwettelijke uitkeringen, voorzieningen en verstrekkingen bij ziekte, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom en overlijden binnen de sector Defensie.

Alle regels, wetten, rechten en plichten van het militaire en burgerpersoneel van het Ministerie van Defensie zijn te vinden in MP-bundels.

De huidige, alleen via het internet beschikbare Wegwijzer – die valt onder de MP-bundel 32-800 – is alleen digitaal bijgewerkt tot november 2007.

Op initiatief van de Algemeen Christelijke Organisatie van Militairen (ACOM), de Algemene Federatie van Militair Personeel (AFMP), de Marechausseevereniging (MARVER) en De Financiële Dienstverlener (DFD) is een herziene druk van de Wegwijzer Sociale Zekerheid Defensie verschenen. Leden van de ACOM, AFMP en MARVER krijgen 10% korting op de prijs!

Terug naar Boven

 

WEIGERYUP

Een yup die iets weigert? Weigeren te trouwen of om in een relatie aan kinderen te beginnen is nog denkbaar, maar een Young Urban Professional die iets anders weigert heeft daar absoluut (veel) geld voor over.

Al in 1981 ontdekte jonge (studenten)juristen een ‘gat’ in de Wet Gewetensbezwaren Militaire Dienst (WGMD): het bleek mogelijk om onder de dienstplicht uit te komen zonder vervangende dienstplicht te vervullen. De weigeryup, opgeroepen voor het vervullen van de dienstplicht, weigerde niet uit principiële maar uit puur economische, financiële of carrière-motieven om de wapenrok te dragen. hij deed dan ook een gefingeerd beroep op de WGMD.

Zo’n ± 900 jongemannen gebruikten tussen september 1992 en februari 1996 op deze manier hun knaken om maar niet in militaire dienst te hoeven. Vanaf 1 september 1992 kreeg iedereen die de procedure van gewetensbezwaarde had doorlopen en niet was erkend echter te maken met een lik-op-stukbeleid en moest zich alsnog melden op de Kolonel Palmkazerne te Bussum. Daar werd ter plekke hun hernieuwde gewetensbezwaar behandeld en volgde bij afwijzing een bevel tot onmiddellijke indiensttreding.

Het geld van de weigeryup ging op aan advocaten, terwijl minder gefortuneerden wél gewoon de dienstplicht moesten uitdienen. Deze manier van handelen kan het best worden omschreven als asociaal en egoïstisch, omdat door het ontwijken van de dienstplicht iemand anders juist wél in dienst moest.

Ondanks het afschaffen van de opkomstplicht in 1996, bleven de weigeryuppen – oneigenlijke dienstweigeraars bij wie ook een hernieuwd beroep op de WGMD niet werd erkend – vervolgd worden. In principe was 7 maanden gevangenisstraf de strafmaat voor totaalweigeraars, maar in de praktijk kwam de straf erop neer dat zij 1 maand moesten brommen en de resterende 6 maanden konden omzetten in dienstverlening; later kon de gehele straf worden omgezet in dienstverlening (werkstraf), aangevuld met een aangepaste geldboete.

Berechting van de weigeryuppen vond plaats door de militaire kamer van de arondissementsrechtbank te Arnhem.

Terug naar Boven

 

WERKLUST WIELLAADSCHOP UNIBOMA

Ook genaamd: shovel. UNIBOMA staat voor: Universele Bouwmachine.

Tweemaal Werklust wiellaadschop UNIBOMA

Zware bouwmachine die hoofdzakelijk is ingedeeld bij de genie. De shovel valt in dezelfde categorie als aggregaten, betonmixers, compressoren, generatoren, graafmachines, graders, hijskranen, kippers, mobiele hijskranen, pompen, sneeuwruimers en trilwalsen.

De shovel wordt met name gebruikt voor het graven van dekkingen, opstellingen en tankgrachten ten behoeve van pantserrupsvoertuigen en tanks. Daarnaast wordt de Werlust wiellaadschop gebruikt voor het vervolmaken van natuurlijke hindernissen, opwerpen van kunstmatige hindernissen, egaliseren van terrein en wegen én overslaan van goederen.

In 1991 schafte het Ministerie van Defensie 146 Werklust wiellaadschoppen aan.

Specificaties:

breedte (bak)

2 meter 61

hoogte (incl. zwaailamp)

3 meter 30

lengte (met bak op de grond)

7 meter 28

lengte combinatie wiellaadschop + aanhanger

15 meter

maximumsnelheid

35 km per uur

motor

DAF 4-cilinder dieselmotor

motorvermogen

165 pk (121 kW)

Zie ook: Liebherr mobiele kraan FKM.

Terug naar Boven

 

WESTERLING, RAYMOND

Voluit: Raymond Pierre Paul Westerling (geboren te Pera, Istanbul (Turkije) op 31 augustus 1919; overleden te Purmerend op 26 november 1987). Bijgenaamd ‘De Turk’.

In juni 1945 meldde korporaal Westerling, in Engeland opgeleid als commando, zich voor de strijd in Nederlands-Indië bij het KNIL. Hij werd als tweede luitenant geplaatst bij het Korps Insulinde. Dit Korps – opgericht in augustus 1942 als opvolger van de Netherlands Special Organisation (NSO) – stond onder commando van majoor KNIL Frits Mollinger, was gestationeerd op Ceylon (Sri Lanka) en kwam, evenals No. 2 Dutch Troop, voort uit de Prinses Irene Brigade. Het Korps Insulinde ondernam in Tweede Wereldoorlog 11 geheime acties (commando- en guerrillataken) op het door Japan bezette Sumatra en maakte deel uit van de Britse Force (gevechtsgroep) 136.

Na de Japanse overgave op 15 augustus ’45 zond het opperbevel Westerling naar Sumatra om hulp te verlenen aan krijgsgevangenen en geïnterneerden in door Japan bezet gebied. Na zijn overplaatsing naar Batavia, in juni 1946, werd hij gevraagd de leiding op zich te nemen van het Depot Speciale Troepen (DST).

Westerling was, na een periode als reservekapitein bij het KNIL, van juni 1946 tot november 1948 commandant van het Depot (later: Korps) Speciale Troepen. Zijn voorganger als commandant was kapitein W.J. Scheepens (die zwaar gewond raakte bij een actie tegen de republikeinse troepen), zijn opvolger zou luitenant-kolonel W.C.A. van Beek worden. DST, KST en RST waren de voorgangers van het Korps Commandotroepen.

Voor de een was Westerling controversieel en berucht om zijn harde aanpak, voor de ander charismatisch, heldhaftig, strijdlustig en uiteindelijk legendarisch tot zelfs mythisch. Een militair die uitvoerde wat anderen niet durfden. Westerling verstond het vak van militair.

Gewapend met zijn Colt .32 op de heup, manifesteerde hij zich in 1946 en ’47 op Zuid-Celebes (de huidige Indonesische provincie Sulawesi Selatan) “op onzachte, ruwe wijze”.

Als commandant van slechts 123 commando’s van het DST was hem door de legercommandant in Nederlands-Indië zelf, luitenant-generaal Simon H. Spoor, carte blanche gegeven: “met alle daartoe geëigende middelen een eind te maken aan de heersende nationalistische terreur tegen het Nederlands gezag en de rust te herstellen”.

De strijd in ‘de Oost’ neigde steeds meer naar een guerrillaoorlog tegen de revolutionairen (“peloppers”). Generaal Spoor wist dat kapitein Westerling de strijd niet opgaf en tot het einde zou doorvechten. Terreur moest met contraterreur worden bestreden.

Na het uitroepen van de Republik Indonesia op 17 augustus 1945 door Soekarno slaagden nationalistische jongeren (“pemoeda’s”) op Java en Sumatra erin grote delen van de eilanden te controleren. Nederland kon hier niet doeltreffend militair tegen optreden. Toen de geallieerden op 13 juli 1946 het bestuur over Celebes officieel overdroegen, kreeg Nederland te maken brandstichtingen, moorden, ontvoeringen, plunderingen en verkrachtingen. Volgens het latere rapport van de juristen C. van Rij en W.H.J. Stam was op Zuid-Celebes de totale anarchie uitgebroken, waarbij de inlanders nog het meest te vrezen hadden. Daardoor zagen zij zich praktisch gedwongen te kiezen voor de 'vrijheidsstrijders'. Omdat het reguliere KNIL-leger hiertegen niet was opgewassen, zegde generaal Spoor op 9 november 1946 toe dat het DST zou worden ingezet; bovendien werd op Celebes de staat van oorlog afgekondigd.

Op 5 december 1946 arriveerden Westerling, zijn onderluitenant Jan B. Vermeulen en de commando’s van het DST in Makassar, de hoofdstad van Zuid-Celebes. Het DST was een half jaar eerder als onderdeel van het KNIL opgericht en bestond hoofdzakelijk uit Nederlandse oorlogsvrijwilligers, Indo-Europeanen en Molukkers. De eerste actie van het DST vond plaats op 10 december; twee maanden na aankomst was Zuid-Celebes gepacificeerd. Op 21 februari ’47 was een zekere stabiliteit weergekeerd.

De aan hem verschafte vrijheid van handelen om opstandige elementen in zuiveringsoperaties uit te schakelen, werd ten uitvoer gelegd tijdens nachtelijke omsingelingen van kampongs; bij het eerste ochtendlicht ging het DST de kampongs binnen. Personen in het bezit van wapens werden rücksichtslos gedood, huizen waarin wapens werden gevonden in brand gestoken en alle overige bewoners bijeengedreven. Alles was erop gericht door ondervragingen en inlichtingenwerk de juiste personen te identificeren… en te elimineren. Verdachte inlanders werden weliswaar volgens het standrecht gedood, maar Westerling’s eenheid doodde ten hoogste 600 mensen. In een latere nota schrijft de Procureur-Generaal bij het Hooggerechtshof van Nederlands-Indië, mr H.W.Felderhof, dat de methode van Westerling "[…] haar rechtvaardiging vindt in een noodtoestand, die kan dwingen tot toepassing van een buitenwettelijke berechting en executie." Westerling’s tactieken waren juridisch ingedekt.

Ofschoon generaal Spoor goed met kapitein Westerling overweg kon, ontsloeg hij hem in november 1948 toch als gevolg van de groeiende Nederlandse kritiek op zijn optreden. Of nam Westerling gewoon ontslag? Hoe het ook zij, op 16 november droeg Westerling het commando van het KST over aan luitenant-kolonel Van Beek en in januari 1949 werd hem groot verlof verleend.

Op 16 november 1948 vond in Batoetadjar de commando-overdracht plaats van de commandant van het Korps Speciale Troepen (KST). Kapitein Raymond Westerling gaf het stokje over aan luitenant-kolonel W.C.H. van Beek. De chef-staf van de Generale Staf onder legercommandant S.H. Spoor, generaal D.C. Buurman van Vreeden, woonde de gelegenheid bij en hield een toespraak. Ook Westerling richtte zich in een kort afscheidswoord voor de laatste maal tot zijn mannen.

Op 27 december 1949 vond de soevereiniteitsoverdracht van Nederland aan Indonesië plaats. Hoewel de onafhankelijkheid nu op papier was geregeld, bleef het onrustig. Niet in de laatste plaats omdat het doel van de regering – een eenheidsstaat – op veel plaatsen tot verzet van irreguliere troepen leidde. Op Midden-Java vormde oud-kapitein Westerling een privé-leger: de APRA (Angketan Perang Ratu Adil, Legioen van de Rechtvaardige Vorst).

Zijn APRA telde ± 400 man en werd door Westerling geruime tijd getraind, maar de bewapening op de juiste plaats en op de juiste tijd leverde problemen op. Volgens kwade tongen kon Westerling, na zijn ontslag door generaal Spoor, met zijn APRA de totstandkoming van de eenheidsstaat Indonesië dwarsbomen. Ook kwam het goed uit Westerling de onrust onder een deel van de (Molukse) militairen van het KNIL, ontstaan na de soevereiniteitsoverdracht, te laten wegnemen. Enkele gedeserteerde DST’ers en KNIL’ers werden in de geledingen van de APRA opgenomen, maar evengoed Ambonezen en Papoea’s. De contactpersoon tussen Westerling en zijn troepen was ook een Molukker: eerste luitenant P.E.D. Titaley.

Om te voorkomen dat de deelstaat Pasoendan op Midden-Java werd beëindigd, pleegden  pleegden Westerling c.s. op 23 januari 1950 een coup in Bandung: veel Nederlandse militairen en kolonisten konden zich niet neerleggen bij de Indonesische onafhankelijkheid. De poging de stad in te nemen en de macht te grijpen mislukte. Westerling ontsnapte en ontkwam op 22 februari 1950 – met een vals paspoort – via Singapore naar Nederland. Tevergeefs vroeg Indonesië om zijn uitlevering. Na de mislukte staatsgreep in Bandung werden de meeste APRA-militairen opgepakt door de nog op Java achtergebleven Nederlandse troepen en veroordeelde door een Nederlandse krijgsraad. Titaley kreeg 20 maanden gevangenisstraf.

Bronnen:

  • De eenling - Dominique Venner (1977, vertaald in 1982)
  • De Opmaat (Tijdschrift over veteranen in oorlog en vrede), interview door Henk Bos en Felix Thijssen (februari 1996 en maart 1996)
  • De Zuid-Celebes affaire. Kapitein Westerling en de standrechtelijke executies – Willem IJzereef (1984)
  • Het Nederlands/Indonesisch conflict. Ontsporing van geweld - J.A.A. van Doorn en W.J. Hendrix (1983)
  • Kapitein Westerling en de Speciale Troepen in Indië – J.A. de Moor (Militaire Spectator, 1999)
  • Westerling’s oorlog. Indonesië 1945-1950 – J.A. de Moor (1999)
  • Westerling's favoriete vuurwapen – Casper van Bruggen (Armamentaria 39, 2004)

In januari 2007 verscheen het boek ‘Westerling: kudeta yang gagal’ (‘Westerling: de mislukte coup’) van de Indonesische historicus Petrik Matanasi. De 127 pagina’s tellende biografie is geschreven in het Bahasa Indonesia en verscheen met ISBN 9789792221947 bij uitgeverij Media Pressindo in Yogyakarta.

Aan de website Raymond Westerling Online liet Matanasi weten tien maanden aan het onderzoek te hebben gewerkt.

Het boek zou grotendeels zijn gebaseerd op Indonesisch bronnenmateriaal. Aan de hand van ooggetuigenverslagen, krantenartikelen en politierapporten schetst Matanasi een beeld van de gebeurtenissen rond 23 januari 1950, toen Westerling en zijn getrouwen een coup tegen de Republiek van de Verenigde Staten van Indonesië pleegden.

Matanasi wijdt het mislukken van de coup aan een amateuristische voorbereiding.

Sinds 2009 werkt de Nederlander Frederik Willems, de webbeheerder van Raymond Westerling Online, aan een biografie over Westerling.

De grafsteen van Raymond Paul Pierre Westerling - “een man met een hang naar actie en avontuur, een krachtige persoonlijkheid met een zeker charisma, geneigd tot overmoedige soloacties, vol bravoure, trots op zijn fysieke kracht en doortastendheid, een onhollands machotype” (Biografisch Woordenboek van Nederland).

Westerling overleed op 26 november 1987 in Purmerend; op 1 december ’87 werd hij begraven op de Nieuwe Ooster Begraafplaats in Amsterdam.

Raymond Webb, 05-09-2010)

Terug naar Boven

 

W.H.A.M.

Acroniem met de betekenis: “Winning Hearts And Minds”. Zo ligt bij ISAF Stage-III in Afghanistan, vanaf 2006, de “nadruk op opbouw en WHAM. Maar vechten is soms onontkoombaar…” Aldus een presentatie over de stand van zaken binnen ISAF van het Ministerie van Defensie d.d. 1 december 2006.

W.H.A.M.-operaties zijn zo oud als de weg naar Rome. Tijdens de Koude Oorlog waren de radio-uitzendingen van Radio Free Europe en Voice of America onderdeel van de Amerikaanse strategie, in Vietnam stond W.H.A.M. vlak naast hit-and-run en pacificeren.

Van de Amerikaanse generaal b.d. James F. Hollingsworth, die diende in de Tweede Wereldoorlog, Korea en Vietnam, is de uitspraak: "Get 'em by the ass… Their hearts and minds will follow.”

Zie verder: hearts & minds.

Terug naar Boven

 

WHAT IF-SCENARIO

Nederlands: “wat als”-scenario. Gedacht verloop, bijvoorbeeld van een oefening of operationele inzet, waarbij wordt gespeculeerd op wat er zou kunnen gebeuren. Dergelijk speculatieve beschouwingen vinden in de regel plaats op basis van ervaringen uit het verleden – die echter geen garantie voor de toekomst zijn.

Een what if-scenario kan worden bezien door het “afdraaien van een film” in het hoofd. Hierbij worden de veronderstelde gebeurtenissen – en in het bijzonder wat daarbij fout zou kunnen gaan – in chronologische volgorde doorlopen.

Het what if-scenario is feitelijk een plan-B: het reserveplan in het geval dat het plan van de veronderstelde gebeurtenissen daadwerkelijk fout gaat.

Voorbeelden van bekende what if-scenario’s zijn de inzet van leden van de krijgsmacht in het kader van Contingency Plan-100 (CP 100) op het moment dat een lid van het Koninklijk Huis overlijdt dan wel de mobilisatie van personeel van de krijgsmacht.

Mobilisatie kan bijvoorbeeld plaatsvinden aan de hand van een alarmeringsschema/belboom voor binnenlandse bijstand (Operatieplan, Oplan 10), voor buitenlandse bijstand (Oplan 15) of anderszins.

Niet te verwarren met worst case-scenario.

Terug naar Boven

 

WHEELBARROW MK7 BOMB DISPOSAL

Vertaald uit het Engels: kruiwagen. Op afstand bestuurbaar robotvoertuigje van de Engelse firma Alvis Logistics Ltd. ten behoeve van het verkennen, detecteren en eventueel ruimen van verdachte voorwerpen en (geïmproviseerde) explosieven. Met de telescopische grijparm kan de Wheelbarrow assisteren bij het ontmantelen van explosieven.

Deze Unmanned Ground Vehicle (UGV) is sinds 1977 in gebruik is bij het Explosieve Opruimings Dienst Defensie (EODD) en haar voorlopers.

De rijdende robot wordt door een operator met een handpaneel radiografisch bediend en verplaatst. De operator ziet op monitoren in het uitrukvoertuig van de EODD wat er gebeurt tijdens de inzet van de Wheelbarrow.

De Wheelbarrow wordt ingezet bij bomdreigingen in Nederland, zoals ongesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog, maar ook bij verdachte pakketjes e.d. (terrorisme) en overige dreiging met explosieven.

Begin jaren ’70 startte de Irish Republican Army (IRA) in Noord-Ierland een bommencampagne. De Britse krijgsmacht stuurde in mei 1970 de pas geformeerde 321 EOD Unit van het Royal Army Ordnance Corps naar Noord-Ierland om bommeldingen te onderzoeken en geïmproviseerde explosieven onschadelijk te maken.

Begin 1972 ontwikkelde de Fighting Vehicles Research and Development Establishment de eerste EOD-robot, de Wheelbarrow MK1. Ontwerper van het apparaat om op veilige afstand IRA-bommen te onderzoeken en neutraliseren was Lieutenant-Colonel John Francis 'Peter' Miller (1912-2006). De Wheelbarrow zou in vele uitvoeringen vele honderden mensen het leven redden gedurende de onlusten in Noord-Ierland(“Troubles”), welke voortduurden tot in de jaren ’90 en midden-jaren ’90 van de 20ste eeuw.

Specificaties:

aandrijving

2 x elektrische motor en 2 x 12 Volt-accu

carrosserie

aluminium

facultatieve toevoegingen

grijpers, haken, shotgun (voor breachen van deuren en ramen en aan gruzelementen schieten van explosieven), sleeptuig en waterkanon

gewicht

320 kg

hellingshoek

tot 45 graden (door veranderen stand rupsbanden)

hoogte

(minimaal) 96 cm

lengte

(minimaal) 1 meter 50

monitoring

2 x camera met eigen schijnwerper

radiografische afstand

± 1 km (open terrein); 150 meter (verstedelijkt gebied)

voortbeweging

rupsbanden

Terug naar Boven

 

WHISKEY TANGO FOXTROT

Uitgesproken (fonetisch) als: “Wis-kee, Tan-goh, Fawks-trawt”.

De volgens het NATO-spelalfabet uitgeschreven letters WTF, welke staan voor “What The Fuck”.

Wordt als uitdrukking van aanstoot, ergernis of shock – pijnlijk door iets getroffen zijn; niet begrijpen wat er gebeurt – met name gebezigd als het niet gepast is om “What The Fuck” te zeggen, zoals in het formele gebruik van de radiotelefonieprocedure. Ook op internet (chatrooms), SMS en twitter als zodanig gebruikt.

Terug naar Boven

 

WHITE NOISE

Letterlijk: “wit lawaai”. White noise is onafgebroken, zeer luide en onveranderlijk geluidsoverlast, muziek of ruis, zoals die door militaire inlichtingsofficieren en ondervragers kan worden aangewend om:

gevangenen tijdens (nachtelijke) verhoren wakker te houden

informatie los te krijgen van gevangenen

onmogelijk te maken dat gevangenen in detentiecomplexen onderling met elkaar spreken

White noise wordt, in overeenstemming met het humanitair oorlogsrecht, met name toegepast bij het verhoren van gevangenen of krijgsgevangenen, bijvoorbeeld in combinatie met blinddoeken, blootstelling aan koude en/of warmte, houdingen die urenlang wisselen, oncomfortabel zijn en pijn doen (“stress positions”, zoals langdurig rechtop staan met gespreide armen en benen tegen een muur, handen vastgebonden op de rug of constant in een andere houding gedwongen), knevelen, slaapdeprivatie (wakker houden) en/of voedseldeprivatie (water en brood).

Een effect van white noise is dat, al na enkele uren, andere geluiden worden uitgesloten van het gehoor. White noise wordt ook verspreid door jammers om, in het radiofrequentie-spectrum, de detonators van IED’s onwerkzaam te maken.

Terug naar Boven

 

WHITE OUT

Fenomeen dat het zicht, door het opwaaien van zand, sneeuw of gebrek aan Foreign Object Damage (FOD)-cleaning, bijna nihil wordt bij een harde of stormachtige wind. Kan zich ook voordoen bij sneeuwval, hevige sneeuwstormen (blizzards) en/of lage bewolking (mist). Als white out zich voordoet zijn het maaiveld en de derde dimensie niet meer van elkaar te onderscheiden.

O mdat bij white out de gehele omgeving in wit- of grijstinten opgaat, zijn navigatie en oriëntatie lastig dan wel praktisch onmogelijk; het terugvallen op het gebruik van GPS is dan ook noodzakelijk.

White out wordt, evenals brown out , getraind door bemanningen die uit transporthelikopters moeten in- en uitstijgen.

Zie ook: brown out, downwash, Foreign Object Damage (FOD) en huddle.

Terug naar Boven

 

W.I.A.

Engelse afkorting: Wounded In Action. De term wordt gebruikt voor militairen die gewond zijn geraakt in een (militair) gevecht, maar niet zijn gedood. Houdt dus in dat de betrokken militairen voor een bepaalde periode niet meer kunnen deelnemen aan het gevecht.

Volgens de maatstaf van de Algemene Verdedigingstaak zal de meerderheid van het gevechtsverlies bestaan uit gewonden, die moeten worden opgenomen in het militaire gezondheidszorgsysteem.

WIA’s moeten worden onderscheiden van DNBI’s (Diseases and Non-Battle Injuries), die ziek of gewond zijn geraakt buiten het gevecht om, bijvoorbeeld als gevolg van huis-tuin-en-keukenongevallen op de compound, verwaarlozing van de Hygiëne en Preventieve Gezondheidszorg of ziekten (EPINATO).

Zie verder gevechtsverlies.

Terug naar Boven

 

WIJKAGENT

Wachtmeester van de Koninklijke Marechaussee (KMar) die op één of meerdere kazernelocaties de functie van wijkagent uitoefent met de bedoeling het vaste aanspreekpunt van de betreffende Brigade KMar te zijn voor advies en hulp. De wijkagenten fungeren in eerste instantie als tussenpersoon in de relatie tussen de kazernecommandant en de Brigade KMar en ondersteunen hierin de kazernecommandant in het kader van preventie.

De wijkagent van de KMar is bekend met de kazernepopulatie, weet wat er zoal speelt op de kazerneloactie en heeft goede contacten ter plaatse. Bovendien is de wijkagent te allen tijde mobiel telefonisch bereikbaar, waardoor bereikbaarheid zijn belangrijkste troef is.

De taakgebieden van de wijkagent zijn:

Alcohol & Drugs

Slachtofferhulp

Criminaliteitspreventie

Sociale problemen

Milieuproblematiek

Verkeerszaken

Ongewenste intimiteiten

Voorlichting

Op de kazerne hangen posters met een foto van de betreffende wijkagent en hoe hij per GSM, telefoon, fax, e-mail en bezoekadres bereikbaar is.

Terug naar Boven

 

WILCO

Prowoord, ontstaan tijdens de Tweede Wereldoorlog, dat wordt gebruikt in het radiotelefonieverkeer. Voluit betekent WILCO “Will Comply”. In de Nederlandse vertaling betekent WILCO zoveel als “Ik heb uw bericht begrepen en zal het uitvoeren.”

WILCO kan alleen worden gebruikt door de ontvanger; daarom geeft het gebruik van WILCO aan dat de ontvanger heeft begrepen dat de ontvanger in een bericht een (nieuwe) instructie heeft herkend. Behalve dat het bericht ontvangen (received) is, geeft WILCO ook aan dat de ontvanger iets met het bericht gaat doen.

De prowoorden ROGER en WILCO worden nooit tegelijkertijd samen gebruikt.

Zie ook: radiotelefonieprocedure en ROGER.

Terug naar Boven

 

WILHELMUS

Sinds 5 oktober 1932 het officiële Nederlandse volkslied. Toen Nederland een koninkrijk werd, wees een prijsvraag echter het gedicht 'Wien Neêrlandsch bloed' van Hendrik Tollens aan als volkslied. Hoewel de calvinistische tekst van het Wilhelmus voor de Zuidelijke Nederlanden onacceptabel was - in de 18e eeuw inzet van strijd tussen patriotten en prinsgezinde monarchisten én verboden bij de stichting van de Bataafse Republiek - werd het door de symbolische waarde in de Tweede Wereldoorlog nog dierbaarder.

Al in 1898, bij de inhuldiging van koningin Wilhelmina, werd gekozen voor het Wilhelmus als nationaalhymne om de populariteit van het vorstenhuis Oranje een impuls te geven na het impopulaire beleid van koning Willem III.

Het Wilhelmus behoort tot de 16e-eeuwse geuzenliederen. De auteur, Marnix van Sint-Aldegonde, herbewerkte het lied in 1570-1572 op de melodie van een Frans soldatenlied dat door Adriaen Valerius nader was getoonzet.

Het Wilhelmus werd anoniem gedrukt als propagandalied ten tijde van de tweede veldtocht van Willem van Oranje (Willem de Zwijger) tegen de hertog van Alva. Alva, de dienaar van de Spaanse koning (aan wie zowel in het eerste als in het laatste couplet trouw wordt beleden), was sinds de Beeldenstorm van 1566 de landvoogd van de Nederlanden. Op 1 april 1572 heroverde de watergeuzen het Zuidhollandse Den Briel op de Spanjaarden, waarna veel steden de kant van Willem van Oranje kozen. In 1570 was hij, in zijn streven naar religieuze tolerantie, bovendien overgegaan tot het Lutherse calvinisme, waardoor de calvinisten meer geneigd waren mee te werken aan zijn militaire onderneming tegen Alva.

Na het mislukte beleg van Alkmaar, een jaar later, vertrok de hertog van Alva definitief naar Spanje.

De beginletters van de vijftien (15) coupletten (strofen) vormen het acrostichon "Willem van Nassau". Daarbij verwijst Nassau naar de geboorteplaats van Willem van Oranje: het slot Nassau Dillenburg in Duitsland. Met name het eerste en zesde couplet worden bij officiële gelegenheden ten gehore gebracht:

1

Wilhelmus van Nassouwe
Ben ik van Duitsen bloed
Den vaderland getrouwe
Blijf ik tot in den dood
Een Prince van Oranjen
Ben ik vrij onverveerd
Den Koning van Hispanjen
Heb ik altijd geëerd

2

In Godes vrees te leven
Heb ik altijd betracht
Daarom ben ik verdreven
Om land om luid' gebracht
Maar God zal mij regeren
Als een goed instrument
Dat ik zal wederkeren
In mijnen regiment

3

Luidt u mijn onderzaten
Die oprecht zijn van aard
God zal u niet verlaten
Al zijt gij nu bezwaard
Die vroom begeert te leven
Bidt God nacht ende dag
Dat hij mij kracht wil geven
Dat ik u helpen mag

4

Lijf en goed al te samen
Heb ik u niet verschoond
Mijn broeders hoog van namen
Hebben 't u ook vertoond
Graaf Adolf is gebleven
In Friesland in den slag
Zijn ziel in 't eeuwig leven
Verwacht den jongsten dag

5

Edel en hoog geboren
Van keizerlijken stam
Een vorst des rijks verkoren
Als een vroom Christenman
Voor Godes woord geprezen
Heb ik vrij onversaagd
Als een held zonder vrezen
Mijn edel bloed gewaagd

6

Mijn schild ende betrouwen
Zijt gij o God mijn Heer
Op u zo wil ik bouwen
Verlaat mij nimmermeer
Dat ik doch vroom mag blijven
Uw dienaar t'aller stond
Die tirannie verdrijven
Die mij mijn hert doorwondt

7

Van al die mij bezwaren
En mijn vervolgers zijn
Mijn God wilt doch bewaren
Den trouwen dienaar dijn
Dat zal mij niet verrassen
In haren bozen moed
Haar handen niet en wassen
In mijn onschuldig bloed

8

Als David moeste vluchten
Voor Saul den tiran
Zo heb ik moeten zuchten
Met menig edelman
Maar God heeft hem verheven
Verlost uit alder nood
Een koninkrijk gegeven
In Israel zeer groot

9

Na 't zuur zal ik ontvangen
Van God mijn Heer dat zoet
Daar na zo doet verlangen
Mijn vorstelijk gemoed:
Dat is dat ik mag sterven
Met eren in dat veld
Een eeuwig rijk verwerven
Als een getrouwe held

10

Niet doet mij meer erbarmen
In mijnen wederspoed
Dan dat men ziet verarmen
Des Konings landen goed
Dat u de Spanjaards krenken
O edel Neerland zoet
Als ik daar aan gedenke
Mijn edel hert dat bloedt

11

Als een Prins opgezeten
Met mijner heires kracht
Van den tiran vermeten
Heb ik den slag verwacht
Die bij Maastricht begraven
Bevreesde mijn geweld
Mijn ruiters zag men draven
Zeer moedig door dat veld

12

Zo het den wille des Heren
Op die tijd had geweest
Had ik geern willen keren
Van u dit zwaar tempeest
Maar de Heer van hier boven
Die alle ding regeert
Die men altijd moet loven
En heeft het niet begeerd

13

Zeer prinselijk was gedreven
Mijn prinselijk gemoed
Standvastig is gebleven
Mijn hert in tegenspoed
Den Heer heb ik gebeden
Van mijnes herten grond
Dat hij mijn zaak wil reden
Mijn onschuld doen bekend

14

Oorlof mijn arme schapen
Die zijt in groten nood
Uw herder zal niet slapen
Al zijt gij nu verstrooid!
Tot God wilt u begeven
Zijn heilzaam woord neemt aan
Als vrome Christen leven
't Zal hier naast zijn gedaan

15

Voor God wil ik belijden
En zijner groter macht
Dat ik tot genen tijden
Den Koning heb veracht
Dat dat ik God den Here
Der hoogster Majesteit
Heb moeten obedieren
In der gerechtigheid

Zie ook: ban en eregroet.

Terug naar Boven

 

WILLEM LODEWIJK VAN NASSAUKAZERNE

Deze kazerne, gelegen aan de Strandweg in Zoutkamp (gemeente De Marne) in het Lauwersmeergebied (Marnewaard) in de provincie Groningen, is de thuisbasis van het Oefen- en Schietkamp Lauwersmeer. De kazerne is vernoemd naar Willem Lodewijk van Nassau (1560-1620), die van 1584 tot aan zijn dood stadhouder van Friesland was en later ook van de gewesten Drenthe en Groningen.

In Friesland staat Willem Lodewijk van Nassau bekend onder de bijnaam “Us Heit” , Fries voor “Onze Vader” . Willem Lodewijk van Nassau was de zoon van Jan van Nassau, een broer van Willem van Oranje.

Hij speelde in de Tachtigjarige Oorlog, samen met Prins Maurits, een doorslaggevende rol, omdat hij belangrijke hervormingen in het leger doorzette. Aan de ene kant zorgde hij ervoor dat de militairen op regelmatige tijden soldij kregen, aan de andere kant verlangde hij als tegenprestatie uiterste discipline.

De Willem Lodewijk van Nassaukazerne is gebouwd in de jaren ‘80 en biedt accommodatie voor oefenende eenheden uit Nederland en eenheden in NAVO-verband. Op het terrein bevinden zich gebouwen voor vaste staf (inclusief te bemannen locatie voor de militair geneeskundige dienst, legeringsgebouwen, KEK-complex en onderhoudsloodsen.

De kazerne ligt aan de zuidkant van de provinciale weg van Groningen naar Dokkum (N361), oefengebied en -dorp aan de noordkant. Oefengebied en –dorp zijn, noordelijk van de Willem Lodewijk van Nassaukazerne, te bereiken via een tunnel met een doorrijhoogte van 4 meter 20 onder de N361.

Het oefendorp Marnehuizen telt vele tientallen oefenobjecten. Het militaire oefenterrein, dat ten oosten van de Willem Lodewijk van Nassaukazerne ligt, heeft een oppervlakte van 16 km². In de bossen, ter grootte van 500 hectare, kunnen oefenende eenheden bivakkeren en zaken beoefenen als afwachtingsgebied en verzamelgebied; op de grasvlakte van 900 hectare – het zgn. Free For All-terrein – kunnen militaire voertuigen onbeperkt rondrijden. De boscomplexen zijn

Kwelbos (noordoost)

Marnebos (pal ten noorden van Marnehuizen)

Vierhuizerbos (oost)

Vlinderbalgbos (zuid)

Zuidwalbos (zuidelijk van de 25mm-schietbaan aan de Waddenzee)

De schietbaan, evenwijdig aan de dijk met de Waddenzee aan de uiterste noordkant van het oefenterrein, kan worden benut voor het schieten met kleinkaliberwapens, mitrailleurs en het 25 mm kanon.

Omdat Peace Support Operations steeds vaker in verstedelijkt gebied plaatsvinden, is in 2002 het oefendorp Marnehuizen geopend. Het 75 hectare grote Urban Trainings Centre dat € 14 miljoen heeft gekost en het grootste militaire oefendorp van Europa is, biedt de mogelijkheid voor het beoefenen van optreden in verstedelijkte gebieden (OVG). De objecten variëren van winkels, gemeentehuis, station, spoorwegovergang en riolenstelsel tot bank, benzinestation, industrieterrein en (ruïnes van) gewone huizen. De straten in Marnehuizen, officieel het 22ste dorpje van de gemeente De Marne, zijn vernoemd naar straten in Rotterdam, waar de Nederlandse krijgsmacht in de meidagen van 1940 fel weerstand bood tegen oprukkende Duitsers. Zo is het gemeentehuis gelegen aan het Hofplein.

Enkele objecten in het Urban Trainings Centre Marnehuizen

Trainen in het oefendorp Oostdorp - op het Infanterie Schietkamp (ISK) Harskamp - militairen van luchtmobiele en pantserinfanterie in groepsverband de technieken van het optreden in verstedelijkte gebieden , als de skills en drills onder de knie zijn wordt in pelotons- en/of compagniesverband getraind in Marnehuizen. Jaarlijks komen 6.000 à 8.000 militairen naar het oefenterrein om te trainen in OVG.

Terug naar Boven

 

WIND CHILL FACTOR

Ook genaamd: ervarings- of gevoelstemperatuur. Het effect dat de wind heeft op de buitentemperatuur en daarmee op de temperatuur zoals die wordt ervaren.

De windchillfactor gaat ervan uit dat de buitentemperatuur kouder aanvoelt in de wind dan uit de wind. Hoe kouder het is en hoe harder het waait, des te kouder voelt het aan. Dat komt door de convectie van wind: door stroming van wind langs het lichaam koelt de huid – het grootste orgaan – harder af dan wanneer er geen wind zou zijn.

Afkoeling door koude wind is één van de onderkende mechanismen van de onttrekking van warmte aan het lichaam. Het zorgt voor hypothermie (onderkoeling: lichaamstemperatuur lager dan 35° Celsius) en bevriezingsverschijnselen (lokale koudeletsels, zoals frostnip en frostbite). Daarbij geldt tevens dat het aandeel van convectie – in relatie tot conductie (geleiding), evaporisatie (verdamping), radiatie (straling) en respiratie (ademhaling) – bij meer wind verhoudingsgewijs toeneemt.

De berekening van de gevoelstemperatuur vindt pas plaats bij temperaturen onder 10 graden Celsius, maar ook ’s zomers kan de gevoelstemperatuur afwijken van de gemeten buitentemperatuur: als het warm is en het waait niet of nauwelijks, dan kan de gevoelstemperatuur enkele graden hoger zijn.

Ter indicatie: een buitentemperatuur van 0° Celsius voelt bij een wind van 3 Beaufort al aan als -5° Celsius. Bij een gevoelstemperatuur onder -10° Celsius kunnen na enkele uren verschijnselen van onderkoeling optreden; onder de -15° Celsius kan na een uur koudeletsel opleveren; onder de -20° Celsius is na een half uur, ook bij goed afdichtende winterkleding, al kans op bevriezingsverschijnselen. Extreme koudweeromstandigheden vragen veel energie om dorst, hongerklop – plotseling optredende spierzwakte door een tekort aan glycogeen – en moeheid tegen te gaan.

Onder andere in Nederland wordt de gevoelstemperatuur tegenwoordig bepaald volgens de Joint Action Group for Temperature Indices (JAG/TI)-methode uit Canada, die ook wordt gehanteerd door het KNMI. Het is de opvolger van de in alle militaire voorschriften voorkomende maar verouderde windchill-rekenmethode van Robert G. Steadman uit 1971 (‘Indices of wind chill for clothed persons’).

Steadman’s windchillfactor is vervallen omdat veel betere kleding een grotere invloed op het voorkomen van warmteverlies heeft gekregen. (Te weinig, natte en/of met transpiratievocht verzadigde kleding kan het lichaam sterk laten afkoelen; te veel kleding leidt tot buitensporige transpiratie, extra vochtverlies en uiteindelijk versnelde afkoeling.)

De windchillfactor is extra bedreigend wanneer wordt opgetreden met open/softtop voertuigen en helikopters (downwash). Ook moet er rekening mee worden gehouden dat natte kleding het onttrekken van warmte aan het menselijk lichaam met een factor 20 (!) versterkt. Bij een windchillfactor van -30° Celsius of lager zullen alle niet-noodzakelijke acties worden geannuleerd.

De windchill-tabel volgens de JAG/TI:

Terug naar Boven

 

WINDROOS

Synoniem: kompasroos. Schematische weergave van de windrichtingen in graden en/of duizendsten (mils) afgezet ten opzichte van het noorden.

In de meteorologie wordt onder de windrichting verstaan de richting van de wind, genoemd naar de windstreek waaruit deze waait.

Bij een westenwind komt de wind uit het westen en verplaatst de luchtstroom zich van west naar oost. De wind waait in de richting die de pijl op een weerkaart aangeeft: bij een westenwind wijst de pijl naar het oosten.

AFKORTING BENAMING KLOK GRADEN DUIZENDSTEN
N Noord 12 uur 0 / 360 0 / 6400
NNO Noordnoordoost 22,5 400
NO Noordoost 45 800
ONO Oostnoordoost 67,5 1200
O Oost 3 uur 90 1600
OZO Oostzuidoost 112.5 2000
ZO Zuidoost 135 2400
ZZO Zuidzuidoost 157,5 2800
Z Zuid 6 uur 180 3200
ZZW Zuidzuidwest 202,5 3600
ZW Zuidwest 225 4000
WZW Westzuidwest 247,5 4400
W West 9 uur 270 4800
WNW Westnoordwest 292.5 5200
NW Noordwest 315 5600
NNW Noordnoordwest 337,5 6000

De omrekeningstabel van graden en duizendsten (mils) luidt:

  • 360 graden = 6400 duizendsten (mils)
  • 1 graad = 17,78 duizendsten
  • 1 duizendste = 0,05625 graden

De zon komt op in het oosten en gaat onder in het westen.

Zie ook: B.A.D.-formule, kaarthoekmeter en mil (duizendste).

Terug naar Boven

 

WING

1)

Wing, fixed

Engelstalige benaming voor "vliegtuig(en)".

 

2)

Wing, para-

Parachutistenembleem dat een bepaalde graad van vaardigheid aangeeft in het op goede wijze volbrengen van een aantal voorgeschreven parachutesprongen.

Binnen de Koninklijke Landmacht mag één borstonderscheidingsteken ‘parawing’ worden gedragen boven de linkerborstzak, waarbij de militair zelf de keuze mag maken tussen het dragen van een Nederlandse en/of buitenlandse parawing. De buitenlandse parawing moet boven de rechterborstzak worden gedragen.

Het vaardigheidsembleem ‘parawing’ geeft aan dat de drager de militaire vaardigheid beheerst in het kunnen omgaan met een parachute én heeft voldaan aan de eisen die zijn gesteld aan het draagrecht van de parawing. De meest gedragen parawing is die welke behoort bij het brevet-B. Het wordt bijvoorbeeld verstrekt aan alle militairen die tenminste vijf static-line sprongen hebben gemaakt, wat voornamelijk plaatsvindt in het kader van de Grensverleggende Activiteiten (GVA).

Het brevet-A kan enkel worden behaald door operationeel parachutisten, zoals commando’s en leden van de paracompagnieën van 11 Luchtmobiele Brigade, en buitenlandse gasteenheden. Voor het brevet-A moeten acht parachutesprongen worden gemaakt, waarvan de laatste drie met uitrusting en wapen. De laatste sprong is een nachtsprong.

Het brevet-C kan alleen worden behaald door operationeel parachutisten. Hiervoor moeten tenminste 20 parachutesprongen vrije val op een maximale hoogte van ± 4 km (ruim 13.000 voet) worden gemaakt, waarvan drie met uitrusting en wapen; twee van de 20 parachutesprongen zijn nachtsprongen, waarvan één met uitrusting en wapen.

Het brevet-D kan ook alleen worden behaald door operationeel parachutisten: het brevet HAHO/HALO. Hierbij worden met behulp van zuurstof parachutesprongen gemaakt tot een hoogte van maximaal 10 km (bijna 33.000 voet). Het behalen van brevet-D is alleen mogelijk voor de leden (van de Instructiegroep Para) van het Korps Commandotroepen.

Wie erin slaagt de opleiding tot dispatcher te vervolmaken, ontvangt de parawing behorende bij het instructeurschap. Militaire para-instructeurs zijn alleen te vinden bij het Korps Commandotroepen.

Parawing brevet-A

 

Parawing brevet-B

 

Parawing brevet-C

 

Parawing brevet-D

 

Parawing instructeur

 

3)

Wing, rotary

Engelstalige benaming voor "helikopter(s)".

Terug naar Boven

 

WINKELMAN, GENERAAL H.G.

Henri Gerard Winkelman (1876-1952).

De enige opperbevelhebber die de Nederlandse krijgsmacht heeft geleid onder oorlogsomstandigheden.

Na toenemende internationale spanning ging het kabinet-De Geer II, in afwezigheid van minister-president Dirk Jan de Geer zelf, op 28 augustus 1939 over tot algehele mobilisatie.

Over het strategisch beleid waren er die dagen voortdurend meningsverschillen tussen Minister van Defensie Adriaan Dijxhoorn en de Nederlandse opperbevelhebber, generaal Izaäk Reijnders. Na enig aarzelen werd Reijnders uiteindelijk begin februari 1940 ontslagen.

Na regeringsberaad schoof voormalig Minister van Defensie Jannes van Dijk Winkelman naar voren om het opperbevelhebberschap te bekleden.

Winkelman tekende op 10 mei 1940 de capitulatie van Nederland.

Generaal H.G. Winkelman, de enige opperbevelhebber die de Nederlandse krijgsmacht heeft geleid onder oorlogsomstandigheden.

De biografie ‘Een soldaat doet zijn plicht. Generaal H.G. Winkelman, zijn leven en betekenis als militair (1876-1952)’ is geschreven door Teo van Middelkoop en telt 382 pagina’s (ISBN 9028836438). In 2006 verscheen een herziene versie.

Naar de generaal is de Generaal Winkelmankazerne vernoemd, tot 2007 in Nunspeet, daarna in Harskamp (gemeente Ede).

Terug naar Boven

 

WISSELLAADSYSTEEM

Afgekort: WLS. Het WLS is een lading die voorzien moet zijn van een A-frame of H-frame.

Het A-frame is een flatrack of flatbed, het H-frame een 20-voet-container, waarin de Multilift TSH 230 -haaklift van de Scania vrachtauto 165 kN 8x8 WLS kan grijpen. Met behulp van deze vast op de vrachtwagen bevestigde hydraulische hefcilinder kan de lading achter op het voertuig worden getrokken.

De nieuwe vrachtvervoerder in het kader van het Fysieke Distributie-concept: Scania vrachtauto 165 kN 8 x 8 Wissel Laad Systeem

Het verschil tussen een flatbed en een flatrack:

flatbed

stalen frame zoals bij een flatrack met enkel een vaste, dichte bodem en wegklapbare zij- en achterkanten

flatrack

stalen frame ter grootte van een container mét bodem maar zonder wegklapbare zij- en achterkanten, waarop pallets kunnen worden geplaatst

Daarnaast kent de Fysieke Distributie nog de CROP.

De CROP in beeld (© Field Manual 55-80: US Army Container Operations).

De afkorting staat voor Container Roll Off Platform. Het is een platform dat veilig in en uit de 20-voet-container kan worden gerold.

De lengte van de CROP is 5 meter 84, de breedte 2 meter 32).

De buitenmaten van de CROP zijn logischerwijs iets kleiner dan de binnenmaten van de 20-voet-container.

De CROP wordt voornamelijk gebruikt voor het vervoer van BOS (klasse III) en munitie (klasse V), omdat een eenmaal beladen CROP niet aanvullend hoeft te worden vastgezet voor deze schokgevoelige goederen.

Uiteraard kunnen ook andere goederen erin worden beladen.

Foto-serie van zaken met betrekking tot container handling: het omgaan met 20-voet-containers.

Zie ook: Fysieke Distributie en MOGOS.

Terug naar Boven

 

WOESTIJNOPTREDEN

Duits: Wüstenkrieg(sführung). Engels: desert war(fare). Frans: guerre de désert.

Eenderde van het aardoppervlak bestaat uit woestijn; dit is verlaten en mensvijandig landschap. Van alle woestijnen bestaat overigens maar 20% uit zand (edeyen, erg, kum), de rest is rots-, steen- (hammada) of grindwoestijn dan wel onregelmatig terrein (gebel, wadi).

Tel hierbij de omgevingsfactoren (fata morgana’s, grote temperatuurverschillen, intens zonlicht en hitte, veel mineralen op het maaiveld, weinig plantengroei, weinig regen en zandstormen) op en het ongemak van de woestijn is voldoende duidelijk.

Animatie van verschillende soorten desert camouflage.

Van de tien grootste woestijngebieden ligt tenminste de helft (tevens de grootste in oppervlakte) in potentiële conflictgebieden, t.w. Arabische woestijn (Arabisch schiereiland), Gobi, Great Indian Desert, Iraanse woestijn, Kalahari, Sahara (met 9 miljoen km² de grootste) en Turkestaanse woestijn. De meeste woestijngebieden liggen tussen de evenaar en de beide keerkringen: de Kreeftskeerkring op het noordelijk halfrond en de Steenbokskeerkring op het zuidelijk halfrond, respectievelijk op 23° 27' noorder- en zuiderbreedte.

Omdat de woestijn een natuurlijke vijand van de mens is, is geografisch-klimatologische training – gericht op de beperkingen van terrein en klimaat – voor militairen noodzaak. Eenheden die het eerst in aanmerking komen voor woestijnoperaties zijn 11 Luchtmobiele Brigade, Korps Commandotroepen en Korps Mariniers.

Kenmerken van woestijnen:

  • neerslag onregelmatig en minder dan 20 cm per jaar (gebrek aan water en plantengroei); regenbuien lokaal en intensief
  • onherbergzaam (zeer geringe infrastructuur, dun bevolkt, géén lokale voorraden)
  • relatieve luchtvochtigheid vaak extreem laag (5-20%),
  • temperatuur is hoog; temperatuurverschil tussen dag en nacht is groot (20 tot 40 graden Celsius)
  • woestijnwind is seizoensgebonden; heet en droog (veroorzaakt stof- en zandstormen); berucht zijn de Khamseen in de Sahara en de Afghaans-Iraanse Seistan
  • zeer hoge verdampingsgraad (20 maal normaal)

In verband hiermee is en strikte discipline nodig, vergelijkbaar met die van de jungle.

Houd rekening met:

  • blootstelling aan de zonnekracht en de hoge temperatuur(verschillen) leiden tot hittestuwing, koudeletsels (!), uitdroging (dehydratie) en zonnebrand; chronische uitdroging veroorzaakt verstopping (constipatie), nierstenen en urineweginfecties
  • camouflage is moeilijk door zeer gebrekkige plantengroei; maskeer door ingraven in combinatie met camouflagenetten
  • draag altijd handschoenen
  • draag zorg voor een beschermende omgeving door gebruikmaking van camouflagenetten, canvas, poncho’s, parachutedoek e.d.
  • drinkwater is 1ste prioriteit; water is 24 uur houdbaar in metalen jerrycans en 72 uur in plastic jerrycans; houd rekening met het dehydrerende effect van gazeuze dranken; aanwezigheid van water bij diersporen, mensen, plantengroei en vogels; oases betekenen oppervlaktewater; 2 liter vochtverlies vermindert de inzetbaarheid al met 25%; vochtverlies 15% van het lichaamsgewicht is dodelijk
  • extra onderhoud door overmatige slijtage noodzakelijk; brandstof- en luchtfilters vaak schoonmaken
  • geringe mogelijkheden voor oriëntatie, navigatie en waarneming; terrein heeft weinig herkenningspunten
  • hitte zorgt voor oververhitting batterijen (explosiegevaar) en motoren
  • houd het wapen droog; verwijder overtollige wapenolie
  • insecten (luizen, mijten, vliegen en wespen), schorpioenen en slangen (cobra's en zandadders) worden aangetrokken door mensen; houd rekening met ziekten (HPG), met name cholera, denguekoorts, dysenterie, malaria, pest en tyfus
  • leegte, eentonigheid, angst voor afzondering en agorafobie tasten psyche en moraal aan
  • lichaam dagelijks wassen; transpiratievocht (zout) bevordert infecties
  • munitie weghouden van direct zonlicht; munitie die met blote handen kan worden vastgehouden kan worden afgevuurd
  • preventie en behandeling van uitdroging, infecties, neusbloedingen (uitdroging slijmvliezen) en oogirritaties
  • slecht zicht door hittetrillingen, luchtspiegelingen (fata morgana) en refractie (bij- of verziendheid); afstanden worden onderschat
  • stof en zand zorgt voor storingen bij elektronisch en mechanisch materieel (computers, radio’s, sensoren en wapensystemen)
  • voertuigbanden slijten harder door absorptie van hitte
  • zandstormen blazen zand in motoren, brandstoffen en bewegende delen van machines en wapens

Zie ook: shemagh.

Terug naar Boven

 

WOORDENBOEKEN P.S.O.

Voluit: Woordenboeken Peace Support Operations.

Download hier het Woordenboek Peace Support Operations Nederlands - Engels van de kolonel b.d. Leo J.J. Dorrestijn

Deze woordenboeken zijn van de hand van kolonel b.d. Leo J.J. Dorrestijn. Dorrestijn, geboren in Amsterdam in 1943, heeft een rijke landmachtcarrière gehad als artillerieofficier.

Na te zijn opgeleid aan de Koninklijke Militaire Academie vervulde hij verschillende functies binnen het 1ste Legerkorps (1 LK), het opleidingscentrum voor de artillerie en de Haagse staven. Bovendien was hij nauw betrokken bij de modernisering van de veldartillerie.

Van 1990 tot ’92 was Dorrestijn de laatste commandant van 129 Afdeling Veldartillerie Lance (AFDVA Lance). Deze in Havelte gestationeerd nucleaire eenheid had de beschikking over de zelfgeleide Lance-raket met een dracht van ruim 100 km. De Lance, in 1974 aangeschaft en in ’78 nucleair gesteld, was binnen 1 LK bedoeld voor het voeren van de zgn. voorwaartse verdediging. De kernladingen van de Lance waren Amerikaans bezit. 129 AFDVA Lance telde zes lanceerinrichtingen.

In 1999 verliet Dorrestijn de actieve dienst en legde hij zich toe op het schrijven van de al aangehaalde militaire woordenboeken. Zijn meest bekende zijn het ‘Meertalig Militair Woordenboek’ (1999) voor de Faculteit Militaire Bedrijfskunde van de KMA met vertalingen naar het Frans, Engels en Duits. Daarnaast schreef hij de ‘Woordenboeken Peace Support Operations’, Nederlands-Engels en Engels-Nederlands. Deze laatste woordenboeken kunnen worden gedownload op deze website.

In 2005 is de kolonel b.d. Dorrestijn begonnen aan het schrijven van zijn militaire mémoires onder de titel ‘Vuur geëindigd! Artillerieofficier tijdens de Koude Oorlog’, een kritische autobiografie over de veldartillerie die medio 2006 zal verschijnen. Voor het bestellen van een exemplaar kunt u een e-mail sturen naar de heer Dorrestijn.

Terug naar Boven

 

WORST CASE-SCENARIO

Letterlijk: waarmee in het slechtste geval rekening dient te worden gehouden bij aanname/planning van gebeurtenissen. Ook wel genoemd: "worst kaas scenario" (uitgesproken op z’n Nederlands).

Zoals het Engelstalige gezegde luidt: “Assumption is the mother of all fuck-ups” (“Aanname is de moeder van alle fouten”). Aanname wordt algemeen gezien als slecht, planning als goed.

In planning en eventualiteitenplanning (contingencyplanning) rekening houden met ‘het slechtste geval’ is zeker in het kader van opleiding & training een must. Met name bij het optreden in Peace Support Operations – die normaliter verschillen van gevechtsoperaties – moeten krijgsmachten rekening houden met ‘het slechtste geval’ en zich niet laten leiden door wishful thinking: voor waar houden wat je wenst omdat je het wenst in plaats van af te gaan op de zich daadwerkelijk aandienende feiten. Wishful thinking gaat in de regel gepaard met een actieve onwil om kennis te nemen van de beredeneerde ideeën van (vermeende) tegenstanders of andersdenkenden.

Niet te verwarren met what if-scenario.

Terug naar Boven

 

WUPPEN

Afkorting: W.U.P. Betekent: Waarnemingsuitputting. In navolging van G.U.P. en het daarvan afgeleide “guppen”, is zowel bij de militairen van de Koninklijke Landmacht in het voormalig Joegoslavië ( United Nations Protection Force, maart 1992 t/m december 1995, UNPROFOR, onder andere Dutchbat-I, -II, -III en -IV) als bij de militairen van het Korps Mariniers in Cambodja (United Nations Transitional Authority in Cambodia, juli 1992 t/m november 1993, Cambo-I, -II en –III) het fenomeen W.U.P. geconstateerd.

Waarnemingsuitputting heeft te maken met een omgeving waar relatief weinig primair oorlogsgeweld plaatsvindt, maar waar door het intense en langdurige waarnemen – onder meer vanaf observatieposten – na verloop van tijd psychische uitputtingsverschijnselen kunnen optreden . Als gevolg van de emotionele vermoeidheid doet de militair vervolgens vreemde dingen of vertoont vreemd gedrag. Uiteindelijk raakt het functioneren van de militair bij zowel “guppen” als “wuppen” uit balans, met alle mogelijke gevolgen van dien.

Onder deze omstandigheden komt het voor dat de militair zich onttrekt aan de oorlogsvoering: ongeoorloofde afwezigheid (OA) of desertie.

Niet te verwarren met guppen.

Zie ook: desertie en ongeoorloofde afwezigheid.

(Bron: artikel 'Een kwart schiet, de rest duikt weg. Psychische ontreddering is grootste vijand' door Piet Vroon in de Volkskrant d.d. 16 februari 1991)

Terug naar Boven

Laatste update:17.03.2013