Inhoudsopgave Z
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

ZACHTE STEEN

Uit de militaire uitdrukking “Op een zachte steen gaan zitten”.

Deze uitdrukking wordt met name gebruikt voor en door leidinggevenden op het uitvoerend niveau, zoals lage onderofficieren – sergeanten (der eerste klasse) – en lage officieren (pelotonscommandanten).

Door op de spreekwoordelijke zachte steen te gaan zitten kunnen zij zich even terugtrekken van hun groep of peloton en bezig gaan met bijvoorbeeld:

de analyse van een opdracht

het maken van een (waarschuwings)bevel

de te stellen vragen in een 1ste CT of 2de CT

Waar de zachte steen ligt, weten deze lage (onder)officieren precies; elk bos of oord kent vele van zulke stenen.

Terug naar Boven

 

ZIEKENAUTO MERCEDES-BENZ 290GD 10kN GWT

De Mercedes-Benz 290 GWT (Gewondentransport) is binnen de Koninklijke Landmacht onder andere in gebruik bij:

  • Ziekenautopelotons van 13 en 43 Geneeskundige Compagnie van de Gemechaniseerde Brigades

Foto-compilatie Mercedes-Benz 290 gewondentransport

Specificaties:

breedte, spiegels ingeklapt

1 meter 93

breedte, spiegels uitgeklapt

2 meter 25

bruto laadvermogen

815 kg

hoogte, beladen

2 meter 55

hoogte, onbeladen

2 meter 68

lengte

5 meter 30

maximaal vermogen

65 kW (4.600 toeren per minuut)

maximumsnelheid

100 km per uur

motor

5 cilinder, 2½ liter dieselmotor

rijklaar gewicht

2.885 kg (afgetankt)

wielbasis

3 meter 12

Afmetingen gewondenruimte:

lengte2 meter 48
breedte1 meter 83
hoogte1 meter 66

Laadcapaciteit:

4 liggende gewonden
of2 liggende en 3 zittende gewonden
of6 zittende gewonden 

De Mercedes-Benz 290 GWT is bestemd voor het vervoer van behandelde en onbehandelde patiënten (gewonden of zieken) naar en tussen geneeskundige installaties binnen het legerkorpsgebied. Het voertuig is geschikt voor het vervoer van patiënten, en voor eenvoudige verzorging tijdens het transport over korte afstanden. Het transport zelf is zowel op verharde als onverharde wegen in het terrein mogelijk.

Zie ook: Mercedes-Benz 290GD.

Terug naar Boven

 

Z.A.C.V.M.

Een van de meest gehanteerde kreten op de bakermat van de onderofficier, de Koninklijke Militaire School in Weert. Maar de kreet klopt wèl. Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt om de meest basale persoonlijkheidskenmerken van de onderofficier aan te geven. Onder invloed van de milieuwetgeving is de "M" binnen deze kreet een geaccepteerd verschijnsel geworden:

Z

Zelfstandig

A

Actief

C

Creatief

V

Verantwoordelijkheidsbewust

M

Milieubewust

In plaats van de "M" als laatste letter wordt, bijvoorbeeld op de Koninklijke Mitaire Academie, ook wel de "E" aangegeven; deze staat dan voor "ethisch verantwoordelijk". De kreet wordt dan ZACVE.

Terug naar Boven

 

Zelf Hulp en Kameraden Hulp.  ZHKH is de vorm van eerstehulpverlening die iedere individuele militair in zijn militaire opleiding krijgt aangeleerd. Het is de militaire variant op Eerste Hulp Bij Ongelukken (EHBO), waarbij de gewonde zichzelf eerste hulp verleent of eerste hulp geboden krijgt door collega's die niet primair geneeskundig geschoold zijn.

Alle handelingen binnen de ZHKH zijn gericht op het voorkomen en bestrijden van levensgevaarlijke stoornissen in de algemene toestand. Ook bij de ZHKH wordt sinds 1 januari 2000 gewerkt volgens het ABCD-protocol van de Advanced Trauma Life Support (ATLS).

Belangrijkste veranderingen:

  • voor de militaire eerstehulpverlening is aansluiting gezocht bij civiele ontwikkelingen
  • bij de lessen ZHKH worden voortaan reanimatie- en beademingspoppen en -fantomen gebruikt
  • bij de examens ZHKH worden geschminkte gewonden ingezet van deLandelijke Organisatie Tot Uitbeelding van Slachtoffers (LOTUS).

De militair heeft daartoe Instructiekaart (IK) 2-22, waarbij de gebruiker zowel in tekst als in kleur en didactische compositie op heldere en eenduidige wijze krijgt voorgeschoteld welke handelingen drillmatig moeten worden afgewerkt. Daarnaast is de vernieuwde ZHKH te vinden in hoofdstuk 12 van het HAMIL (Handboek KL-militair, VS 2-1352).

Terug naar Boven

 

ZIEKENRAPPORT

In het Duits: Krankenappell. In het Engels: sick call. In het Frans: appel des malades. Één van de organieke en reguliere taken van een gezondheidscentrum of hulppost (geneeskundige inrichting role-1) is het uitvoeren (‘draaien’) van een ziekenrapport, al dan niet te velde en/of op locatie. Ook de behandelgroep van een role-2 of role-3 kan fungeren als spreekkamer voor een te houden ziekenrapport.

Normaliter geldt het ziekenrapport de geneeskundige verzorging van bij een eenheid ingedeelde respectievelijk in onderhoud of onder bevel gestelde militairen. Een hulppost is ook verantwoordelijk voor de geneeskundige verzorging van krijgsgevangenen, maar niet van lokale burgers. Op de holding van een hulppost kunnen ter verpleging tijdelijk patiënten worden opgenomen. In de regel wordt ’s ochtends een ziekenrapport gedraaid, eventueel met een uitloop naar de middag. In uitzendgebieden kan vervolgens ’s middags voor de lokale bevolking een ziekenrapport (sick call) op locatie worden gedraaid.

De militair is verplicht ‘op ziekenrapport te gaan’ na terugkeer van ziekte thuis of uit een ziekenhuis of wanneer hij/zij vindt op medische gronden géén of in verminderde mate dienst te kunnen doen (S.M.E.V. of ziekte).

Behoudens uitzonderingen keert de patiënt na het ziekenrapport (onderzoek en behandeling, zoals het verbinden van wonden, hechten of uitgeven van medicatie), behoudens uitzonderingen, terug naar onderdeel (TNO).

Zieke militairen die niet in staat zijn naar het gezondheidscentrum of de hulppost te gaan, worden bezocht door een arts of Algemeen Militair Verpleegkundige.

Zie ook: role-1 (hulppost) en sick call.

Terug naar Boven

 

ZIEK THUIS PROCEDURE

Terug naar Boven

 

ZIPPO-RAID

Een Zippo-raid in de praktijk

Term die tijdens de Vietnamoorlog door Amerikaanse militairen werd gebruikt.

Beschrijft de praktijk van het aansteken van strohutten in dorpen waar Viet Cong (VC) aanwezig óf verdacht was. De hutten werden aangestoken met behulp van de Zippo "windproof lighter", sinds 1932 geproduceerd.

In de speelfilm 'Full Metal Jacket’ (1987), over de Vietnamoorlog, komen verschillende Zippo-raids voor.

Terug naar Boven

 

ZORGWAARTS

Een van de drie militaire vakbladen voor de leden van het Regiment Geneeskundige Troepen.

Verschijnt tien maal per jaar, is een uitgave van het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf en hoofdredacteur is Rob van der Meer.

Het redactieadres is Frambozenweg 117, 2321 KA Leiden, het ISSN onbekend.

Terug naar Boven

 

ZULU

Uitgesproken als “Zoe-loe”. Onder andere de 26ste letter uit het NATO-spelalfabet.

1

Roepnaam (call sign). Gestandaardiseerd als ziekenauto / gewondentransportmiddel.

2

Temperatuurmelding in NBC-berichten.

3

Tijdzone-aanduiding voor Greenwich Mean Time (GMT) / Universal Time Coordinated (UTC). Dit is de precieze lokale tijd op de zero- of nulmeridiaan, zoals die over de gemeente Greenwich ten zuidoosten van Londen loopt. Alle tijdzones hebben, evengoed als de Westeuropese Z(ulu)-tijd, een letter gekregen. Voorbeeld: 11.00 uur Z(ulu)-tijd, is in New York 06.00 R(omeo)-tijd (11.00 - 5 = 06.00) en in Moskou 14.00 C(harlie)-tijd (11.00 + 3 = 14.00).

Speciaal militair wordt Zulu-tijd gebruikt als kloktijd wanneer militaire oefeningen en operaties tegelijkertijd in meerdere tijdzones plaatsvinden, zodat de oördinatie en uitvoering geen gevaar lopen (in het Engels: zulu time; in het Frans: heure zulu). Voorbeeld: een operatie in Irak die wordt geleid vanuit de Verenigde Staten, met vliegtuigen die opstijgen in Italië en vanuit de Perzische Golf. Zulu-tijd is niet hetzelfde als “local time” (lokale tijd). In een datumtijdgroep wordt Zulu-tijd met een achtervoegsel aangegeven.

4

Legio overige aanduidingen in de militaire setting, zoals de afkorting voor een positiezoeker (‘Papa Zulu’) of het Protestants Militair Tehuis (PMT) ‘Baan Zulu’ te Harskamp (gemeente Ede).

Zie ook: data & tijden, datumtijdgroep en hour (G-, L-, Y-, M- en H-Hour).

Terug naar Boven

 

ZWAARTEPUNT

In het Duits: Schwerpunkt. In het Engels: (point of) main effort; center of gravity (COG). In het Frans: centre de gravité. Afgekort: zwpt.

1 (algemeen)

Synoniem: hoofdaanval.

Plaats waar de meerderheid van de gevechtskracht (crisisbeheersingsvermogen) wordt ingezet om een gewenst effect te bereiken. Een doel dient te worden aangegrepen dan wel een doelstelling te worden bereikt.

Het zwaartepunt – op de juiste plaats en tijd – creëert overwicht, waardoor het gestelde doel met succes kan worden bereikt. Voorwaarden hiervoor zijn onder meer een doeltreffende commandovoering en een hoge mobiliteit, andere factoren van invloed zijn:

Buiten het zwaartepunt dient een commandant een verantwoord minimum aan middelen in te zetten, omdat een gekozen zwaartepunt inhoudt dat elders een relatieve zwakte wordt geaccepteerd en een zeker risico wordt genomen. Middelen worden gekozen naar hoeveelheid, naar soort èn in verhouding tot het gestelde doel (proportionaliteit). Andere acties, buiten het zwaartepunt, kunnen de hoofdaanval ondersteunen, zoals misleidings- en/of schijnaanvallen.

In bergen, jungle, oorden en woestijnen ontbreekt vaak een moeiteloos aan te grijpen zwaartepunt.

In het kader van bijvoorbeeld het winnen van hearts & minds (WHAM) kan de sociale dimensie binnen een operatie eveneens als zwaartepunt worden onderkend.

 

2 (in Clausewitziaanse zin)

Element van het vijandelijk vermogen, m.n. de wil (*), waarvan het vernietigen zal leiden tot een nederlaag of, in elk geval, het verlangen om vrede te bereiken.

Hiermee is het zwaartepunt, zoals de Pruisische generaal Carl von Clausewitz (1780-1831) dit in 1820 introduceerde, een beslissingsfactor in het gevecht. Met ‘elementen’ worden hier een belangrijke stad, de bevolking, de economie van een land of een politiek leider bedoeld. Het Clausewitziaanse zwaartepunt richt zich dus niet zozeer op een militair alswel op een civiel doel.

Het zwaartepunt beperkt zich bij Clausewitz tot één aandachtspunt. Veldmaarschalk Paul von Hindenburg (1847-1934) zei hierover: “Eine Operation ohne Schwerpunkt ist wie ein Mann ohne Charakter.”

 

3 (in geneeskundig optreden)

Plaats waar de geneeskundige gevechtsverzorgingssteun, al dan niet geloceerd, wordt ingezet om afvoer en behandeling mogelijk te maken tijdens verschillende gevechtsvormen.

Ten tijde van de Koude Oorlog (Opplan 1) – gerelateerd aan aanvallend, verdedigend en vertragend gevecht – was de doctrine afvoergericht, tijdens Peace Support Operations na de val van de Berlijnse Muur (1989) doctrine hoofdzakelijk behandelgericht.

Tijdens een PSO kan alleen een snel verplaatsbare gewondenafvoergroep (ten behoeve van role-1), in de hoedanigheid van een pantservoertuig voor gewondentransport, worden ingezet in het zwaartepunt van de gevechtshandelingen.

Indien het volgen van de gevechtshandelingen nauwelijks of niet mogelijk is, kan afvoer en/of behandeling door de lucht (casevac of medevac) uitkomst bieden.

(* De wil is het menselijk vermogen om bewust te streven of te verlangen naar de verwezenlijking van iets.)

Zie ook: disrupt operation en planningsfactor.

Terug naar Boven

 

Zweefvliegtuig

In het Duits: Segelflugzeug, Segler. In het Engels: glider. In het Frans: planeur. Vliegtuig dat zich met behulp van aerodynamica, dus zonder motor, door de lucht verplaatst. Een zweefvliegtuig is geconstrueerd van lichte materialen en heeft verhoudingsgewijs grote vleugeldraagvlakken en een vaak slanke bouw, waardoor het gemakkelijk – gedragen door luchtlagen en opwaartse luchtstromingen – kan zweven. Het zweefvliegtuig wordt aan een kabel door een lier of ander vliegtuig in de lucht getrokken en op sleeptouw genomen voor de eerste fase van de vlucht. Zodra het zweeflvliegtuig hoog genoeg op koers is wordt de kabel van het aantrek- of sleepvliegtuig ontkoppeld. Het laatste deel van de vlucht vliegt de piloot het zweefvliegtuig naar een geschikte landingsplaats.

In de Tweede Wereldoorlog werden zweefvliegtuigen voor het eerst gebruikt om militairen en materieel snel en verrassend op een bepaalde plaats te brengen. Troepen die per zweefvliegtuig (glider-borne infantry) werden ingevlogen, behoorden tot de luchtlandingstroepen en werden vanwege het verrassingselement, evenals parachutisten, vaak in de eerste aanvalsgolf ingezet.

Omdat door het ontbreken van het verrassingselemment een luchtlanding op de klassieke manier niet in aanmerking kwam, gebruikten de Duitsers zweefvliegtuigen bij de aanval op het grasdak bovenop het Belgische fort Eben-Emael en bij de luchtlandingen op Kreta.

De aanval op Eben-Emael vond plaats op 10 mei 1940 met negen transportzweefvliegtuigen van het type DFS 230, elk getrokken door een Junker Ju-52. In elke Kampf- und Lastensegler DFS 230 zaten bij elkaar 77 Fallschirmjäger, die één voor één de bunkers en geschutskoepels met daarin de wapensystemen onklaar maakten. Binnen 20 minuten was Eben-Emael in Duitse handen.

Bij de luchtaanval op Kreta zetten de Duitsers naast parachutisten (tot op heden de grootste parachutistenaanval uit de geschiedenis) opnieuw zweefvliegtuigen in. 'Unternehmen Merkur' (Operatie Mercurius) liep uit op de Slag om Kreta (20 mei-1 juni 1941). Hoewel de operatie tactisch geslaagd was – het eiland werd veroverd op de geallieerden – werd de overwinning duurbetaald: alleen al tijdens de twaalf dagen durende Slag om Kreta kwamen ruim 3.350 Duitsers om het leven. Na Kreta hebben de Duitsers nooit meer een belangrijke luchtlandingsaanval uitgevoerd.

Door de geallieerden werden zweefvliegtuigen in grote aantallen ingezet, onder andere bij Operatie Overlord (landingen Normandië), Operatie Market Garden en Operatie Varsity.

Tijdens Operatie Overlord werden in bijna 900 zweefvliegtuigen 13.000 militairen vervoerd. Spectaculair was de actie waarbij zes Horsa-zweefvliegtuigen van de Britse 6th Airborne Division letterlijk bovenop de stellingen van de veiligheidsbezettingen rond de bruggen over de rivier Orne werden gedirigeerd.

MARKET GARDEN & 'KING KONG'

Op de tweede dag van Operatie Market Garden, 18 september 1944, wordt omstreeks 15.00 uur boven het Brabantse Oisterwijk een Waco-zweefvliegtuig neergehaald dat vanuit Engeland onderweg is naar een landingszone bij Son.

Een ‘lucky shot’: het toestel behoort tot de slechts 1,5% van de geallieerde vliegtuigen dat tijdens de operatie wordt neergehaald.

Zo’n 15 km verderop is het hoofdkwartier van de Duitse generaal Kurt Student. In het toestel wordt in een aktetas van één van de 25 omgekomen inzittenden – een Amerikaanse officier – het operatieplan van 101st Airborne Division voor Operatie Market Garden ontdekt. Inclusief vluchtplannen, tijdtabellen, landingszones, deelnemende eenheden en doelen.

De commandant van het 1ste Duitse parachutistenleger weet nu wat de geallieerden van plan zijn: hij neemt onmiddellijk maatregelen (verdediging bruggen). De ontdekking van het operatieplan zou van de vermeende verrader van Market Garden – Christiaan Lindemans, alias ‘King Kong’ – een getuige à décharge kunnen maken.

Tijdens Market Garden kwam ± 70% van de ruim 20.000 geallieerden in zweefvliegtuigen aan de grond. Dit geeft al aan dat de inzet van gliders tactisch veelzeggend was geworden. In de eerste twee dagen van Market Garden werden meer dan 1.600 zweefvliegtuigen ingezet, tijdens de gehele operatie 2.600 zweefvliegtuigen.

De toestellen waren types als Waco CG-4, Hamilcar en Airspeed Horsa Mark-II.

De landingsterreinen waar de gliders ontstegen en ontlaad moesten worden, lagen zeer verspreid: Edese en Ginkelse Heide, Grave, Groesbeek, Oosterbeek, Overasselt, Renkum, Son, Veghel en Wolfheze. Het neerstorten van zweefvliegtuigen met jeeps bij de landingen in de buurt van Arnhem bevorderde het mislukken van de operatie; hierdoor was het niet mogelijk snel naar de Rijnbrug in Arnhem te verplaatsen.

Tijdens Operatie Market Garden namen zes Amerikaanse en twee Britse zweefvliegtuigeenheden aan de luchtlandingen deel:

 

British 1st Airborne Division:

No. 2 Wing, The Glider Pilot Regiment

No. 1 Wing, The Glider Pilot Regiment

 

US 82nd Airborne Division:

325th Glider Infantry Regiment

319th Glider Field Artillery Battalion (75mm)

320th Glider Field Artillery Battalion (75mm)

 

US 101st Airborne Division:

327th Glider Infantry Regiment

321st Glider Field Artillery Battalion (75mm)

907th Glider Field Artillery Battalion (75mm)

Frappant is dat de Amerikaanse divisiecommandanten tot een tegengestelde inzet van de gliders besloten. Generaal James Gavin (82nd Airborne) besloot de eerste wave gliders te benutten voor zijn 75mm-artilleriesteun, omdat hij niet wilde vertrouwen op het op tijd komen van de Britse artilleriesteun; 325th kwam in de tweede wave. Generaal Maxwell Taylor (C-101 Airborne Division) koos ervoor eerst 327th in te zetten en pas in de tweede wave zijn veldartilleriebataljons.

Besluitvorming die het strijdverloop van Market Garden negatief heeft beïnvloed is afkomstig van de Britse generaal Sir Frederick Browning. De commandant van het 1ste Airborne Corps besloot zijn staf ook in het operatiegebied aan de grond te zetten. Met de 38 gliders (!), die nodig waren om zijn staf te verplaatsen, had een extra bataljon kunnen worden ingevlogen, waardoor op de eerste dag van de luchtlandingen bij Arnhem maar één in plaats van twee droppingen plaatsvonden. Des te schrijnend was het dat de staf, gelet op de aard van operatie, niet in staat was de gevechten te leiden.

Dat de geallieerden hadden geleerd van de mislukking van Market Garden blijkt uit het welslagen van Operatie Varsity. Bij deze luchtlanding in het Rijnland in maart 1945 werden met 1.696 transportvliegtuigen en 1.348 zweefvliegtuigen 21.680 man naar het operatiegebied gebracht.

Tijdens de hachelijke omsingeling van Bastogne tijdens het Ardennenoffensief zette generaal Anthony McAuliffe van de Amerikaanse 101st Airborne Division op 26 en 27 december 1944 zijn 327th Glider Infantry Regiment in om met 46 zweefvliegtuigen de troepen in de stad met 70.000 kg te herbevoorraden.

Hoewel in Korea voor het eerst na de Tweede Wereldoorlog weer gebruik werd gemaakt van zweefvliegtuigen, zijn ze sindsdien inzetmatig verdrongen door helikopters (die het voordeel hebben dat ze lang niet zo weerloos zijn als gliders en militairen ook kunnen oppikken) en parachutisten. Daar staan ook voordelen van zweefvliegtuigen tegenover, onder meer dat ze in grote aantallen exact op locatie kunnen landen, geluidloos zijn en moeilijk voor de vijand te identificeren. Helaas zijn ze ook kwetsbaar (met name in de vlucht achter de sleepvliegtuigen en tijdens de landing, wanneer ze bij het remmen plotseling kunnen omzwaaien, met kans op vernieling van vliegtuig en/of lading), kunnen ze lang niet zoveel tonnage aan vracht vervoeren dan gemotoriseerde vliegtuigen, stelt het landen met zweefvliegtuigen eisen aan het landingsterrein (onbedekt en vlak) en is voor het vliegen in formatie met gliders op sleeptouw voldoende horizontaal zicht noodzakelijk.

Terug naar Boven

 

ZWITSERSE GARDE

Pauselijke paleis- en lijfwacht, bestaande uit enkel rooms-katholieke Zwitsers. Opgericht in 1505, toen paus Julius II tweehonderd Zwitserse hellebaardiers vroeg om de pauselijke staat te dienen. Op volle sterkte telt het keurkorps 110 à 120 officieren en soldaten, waarmee de Zwitserse garde het kleinste leger ter wereld is.

De Zwitserse Garde maakt deel uit van de Pauselijke Kapel (Cappella Pontificia). Dit zijn alle uit alle personen die de paus bijstaan als hoofd van de rooms-katholieke kerk, zowel bij de liturgie als  andere religieuze ceremonies.

Een groot deel van het werk van de gardisten is heden ten dage louter ceremonieel, maar voor de bewaking van de vier hoofdingangen van het Vaticaan, de privévertrekken van de paus en voor zijn veiligheid bij buitenlandse reizen staan de gardisten nog altijd in.

Het ontwerp van het uniform van de gardisten – met blauwe, gele en rode motieven – wordt toegeschreven aan Michelangelo, maar is kort na de Tweede Wereldoorlog uitgedacht door commandant Jules Répond.

De kleuren verwijzen naar de familie Medici, die zelf vier pausen leverde. De helm dateert uit de renaissance.

De Zwitserse Garde is onzichtbaar met moderne wapens uitgerust, maar elke gardist wordt ook getraind in het gebruik van hellebaard (twee meter lang, zes kilogram zwaar) en zwaard.

Naast de garde vindt er tevens bewaking plaats door andere Vaticaanse veiligheidsfunctionarissen en de Italiaanse politie.

Een lid van de Zwitserse Garde moet minimaal 1 meter 74 lang zijn, tussen 19 en 30 jaar oud, in Zwitserland de dienstplicht hebben vervuld en een bewijs van goed gedrag kunnen voorleggen. De gardist dient minimaal twee en maximaal 25 jaar.

Bron: ‘Die Päpstliche Schweizergarde’ (2006) - Giorgio Cantelli.

Terug naar Boven

 

Laatste update:08.07.2011