Inhoudsopgave Z
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

ZACHTE STEEN

Van de militaire uitdrukking "Op een zachte steen gaan zitten".

De uitdrukking wordt met name gebruikt voor en door leidinggevenden op het uitvoerend niveau, zoals leidinggevende korporaals, onderofficieren en officieren.

In bepaalde situaties, zoals een stressvolle situatie, is het verstandig dat de leidinggevende de spreekwoordelijke zachte steen opzoekt.

De leidinggevende doet dan een stapje terug, zondert zich zo kort mogelijk af van de eenheid waaraan hij/zij leiding geeft en houdt zich vervolgens in relatieve rust bezig met bijvoorbeeld:

► analyseren van een opdracht

► evaluatie van de toestand

► maken van een (waarschuwings)bevel

► voorbereiden van te stellen vragen in een ICBB of FCBB

► zelfreflectie

Zelfs op Twitter komt de zachte steen voor...

Zie ook: boek Leiderschap onder vuur (2012, Marco Kroon, hoofdstuk 'Zoek de zachte steen op'), Final Commanders Backbrief (FCBB), Initial Commanders Backbrief (ICBB), officier, onderofficier en Opleiding voor Leidinggevende Korporaals (OLK).

Terug naar Boven

 

ZELDA, PROJECT

Project met betrekking tot de implementatie van het aangepaste werkveld Personeel & Organisatie (P & O - personeelsbeleid) binnen het Commando Landstrijdkrachten (CLAS).

Uitgaand van een transparant vacaturesysteem met duidelijke functiebeschrijvingen (FuBe's) is het doel van Zelda te zorgen voor evenwicht tussen organisatie- en indivueel belang. De loopbaanperspectieven zijn aangepast. Verder wordt meer rekening gehouden met ontwikkelingen in de maatschappij en op de arbeidsmarkt.

De naam is afkomstig van de computer game 'The Legend of Zelda'. De afbeelding die door het CLAS wordt gebruikt is niet prinses Zelda maar de held van het verhaal: Link.

Om het gebrek aan evenwicht in het personeelsbeleid te corrigeren en daarmee de juiste werknemer op de juiste arbeidsplaats te krijgen, zal de organisatie de werkemer de ene keer verplichten en de andere vrijlaten in een loopbaankeuze.

De herziene loopbaanmogelijkheden gelden vanaf 1 januari 2016 voor alle werknemers van het CLAS. De huidige loopbaanmogelijkheden dateren uit 2006, waarvan de overgang naar het Flexibel Personeelssysteem (FPS) het bekendst is.

Het FPS werkt aan de hand van de individuele geschiktheid en wensen enerzijds en de organisatiebehoeften anderzijds. Daarnaast meet het FPS in geijkte momenten of de werknemer in aanmerking komt voor ontslag of doorstroomt naar fase 3.

Na de implementatie van Zelda is het FPS aangepast met aanvullende maatregelen die voorkomen dat op bepaalde arbeidsplaatsen in de Defensieorganisatie onwenselijke vacatures bestaan en de kennis en ervaring efficiënt worden gebruikt.

Ondanks alle maatregelen van het FPS en het project Zelda hangt het vormgeven van de loopbaan in de eerste plaats af van de geschiktheid en wensen van de militair. De Defensieorganisatie ondersteunt de militair bij het bereiken van zijn doelen in de vorm van begeleiding en de juiste randvoorwaarden.

Daarnaast zet het project Zelda de volgende maatregelen in gang:

► alle functies krijgen een kwalificatieprofiel (KP), waarin de gewenste bevoegdheden, competenties, ervaring, kern- en deeltaken en vooropleiding staan vermeld;

► alle functies voor militairen in de onderbouw (sergeanten en sergeanten der eerste klasse binnen het onderofficierskorps / tweede en eerste luitenants en kapiteins binnen het officierenbestand) worden toegewezen door de organisatie in plaats van zelf gekozen;

► beter inzicht in de kwaliteit van het personeel gerelateerd aan de gevolgde opleidingen (competenties);

► betere relatie tussen loopbaanbegeleiding en functietoewijzing, waarna het maken van (vervolg)afspraken mogelijk is;

► de functieduur wordt flexibeler, waarbij de gemiddelde functieduur in de bovenbouw (onderofficieren: vanaf sergeant-majoor / officieren: vanaf majoor) 4 jaar is;

joint loopbaanmogelijkheden stimuleren door het verbeteren van gestandaardiseerde functiebeschrijvingen bij de verschillende krijgsmachtdelen;

► militairen in de bovenbouw worden verplicht tot verbreding: competenties en potentieel zijn belangrijker dan het doorlopen van een bepaalde functieroute binnen een wapen of dienstvak;

► specifieke functiegebieden krijgen aparte loopbaanmogelijkheden, zoals binnen de functiegebieden Civiel-Militaire Interactie (CMI, CIMIC), communicatie, Inlichtingen & Veiligheid (I & V), Personeel & Organisatie (P & O) en specialist (met name geneeskundig).

Bronnen: onder andere 'Landmacht', nummer 9, november 2014.

Zie ook: competentie en Flexibel Personeelssysteem (FPS - ook genaamd: Up or Out-systeem).

Terug naar Boven

 

ZIEKENAUTO MERCEDES-BENZ 290GD 10kN GWT

De Mercedes-Benz 290 GWT (Gewondentransport) is binnen de Koninklijke Landmacht onder andere in gebruik bij:

  • Ziekenautopelotons van 13 en 43 Geneeskundige Compagnie van de Gemechaniseerde Brigades

Fotocompilatie van de Mercedes-Benz 290 gewondentransport.

Specificaties:

breedte, spiegels ingeklapt

1 meter 93

breedte gewondenruimte1 meter 83

breedte, spiegels uitgeklapt

2 meter 25

bruto laadvermogen

815 kg

capaciteit gewonden

► 4 liggende gewonden
► 2 liggende en 3 zittende gewonden
► 6 zittende gewonden

hoogte gewondenruimte1 meter 66

hoogte, beladen

2 meter 55

hoogte, onbeladen

2 meter 68

lengte

5 meter 30

lengte gewondenruimte2 meter 48

maximaal vermogen

65 kW (4.600 toeren per minuut)

maximumsnelheid

100 km per uur

motor

5 cilinder, 2½ liter dieselmotor

rijklaar gewicht

2.885 kg (afgetankt)

wielbasis

3 meter 12

De Mercedes-Benz 290 GWT is bestemd voor het vervoer van behandelde en onbehandelde patiënten (gewonden of zieken) naar en tussen geneeskundige installaties binnen het legerkorpsgebied.

Het voertuig is geschikt voor het vervoer van patiënten, en voor eenvoudige verzorging tijdens het transport over korte afstanden. Het transport zelf is zowel op verharde als onverharde wegen in het terrein mogelijk.

Zie ook: Mercedes-Benz 290GD.

Terug naar Boven

 

Z.A.C.V.M.

Uitgesproken als: "Zakvee". Een van de meest gebezigde kreten op de bakermat van de onderofficier, de Koninklijke Militaire School, en vervolgens eigen gemaakt door het onderoffierskorps.

Het ezelsbruggetje wordt gebruikt om de meest gewenste karakterkenmerken van de onderofficier binnen de hiërarchie van de krijgsmacht te duiden.

Onder invloed van het Ethisch Bewustwordingsmodel en wet- en regelgeving op het gebied van milieu worden tegenwoordig de E en M ook wel aan dit ezelsbruggetje toegevoegd:

Z

Zelfstandig

A

Actief

C

Creatief

V

Verantwoordelijkheidsbewust

( E )
Ethisch bewust

( M )

Milieubewust

Terug naar Boven

 

Z.H.K.H.

Zelf Hulp en Kameraden Hulp.

ZHKH is de vorm van eerstehulpverlening die iedere individuele militair in zijn militaire opleiding krijgt aangeleerd. Het is de militaire variant op Eerste Hulp Bij Ongelukken (EHBO), waarbij de gewonde zichzelf eerste hulp verleent of eerste hulp geboden krijgt door collega's die niet primair geneeskundig geschoold zijn.

Alle handelingen binnen de ZHKH zijn gericht op het voorkomen en bestrijden van levensgevaarlijke stoornissen in de algemene toestand.

Ook bij de ZHKH wordt sinds 1 januari 2000 gewerkt volgens het ABCD-protocol van de Advanced Trauma Life Support (ATLS).

Belangrijkste veranderingen:

► Bij de examens ZHKH kunnen geschminkte gewonden worden ingezet van de Landelijke Organisatie Tot Uitbeelding van Slachtoffers (LOTUS);

► Bij de lessen ZHKH kunnen reanimatie- en beademingspoppen en -fantomen worden gebruikt;

► Voor de militaire eerstehulpverlening is aansluiting gezocht bij civiele ontwikkelingen.

De militair heeft daartoe Instructiekaart (IK) 2-22, waarbij de gebruiker zowel in tekst als didactische compositie op heldere en eenduidige wijze krijgt voorgeschoteld welke handelingen drillmatig moeten worden afgewerkt.

Instructiekaart 2-22, ZHKH, 12e druk (afdrukbaar in boekje A5)Instructiekaart 2-22, ZHKH, 12e druk (afdrukbaar in boekje A5)

Terug naar Boven

 

ZIEKENRAPPORT

Krankenappell.
sick call.
appèl des malades.

Een van de organieke en reguliere taken van een gezondheidscentrum of hulppost (geneeskundige inrichting Role 1) is het uitvoeren ("draaien") van een ziekenrapport, te velde of op een statische locatie, bijvoorbeeld een Gezondheidscentrum. Ook de behandelgroep van een Role 2 of Role 3 kan fungeren als spreekkamer voor een te houden ziekenrapport.

Normaliter geldt het ziekenrapport de geneeskundige verzorging van bij een eenheid ingedeelde respectievelijk in onderhoud of onder bevel gestelde militairen. Een hulppost is ook verantwoordelijk voor de geneeskundige verzorging van krijgsgevangenen, maar niet van lokale burgers. Op de holding van een hulppost kunnen ter verpleging tijdelijk patiënten worden opgenomen (holding).

In de regel wordt 's ochtends een ziekenrapport gedraaid, vaak met een uitloop naar de middag. In uitzendgebieden kan vervolgens 's middags voor de lokale bevolking een ziekenrapport (sick call) op hun locatie worden gedraaid.

De militair is verplicht 'op ziekenrapport te gaan' na terugkeer van een ziekbed thuis of uit een ziekenhuis of wanneer hij/zij vindt op medische gronden geen of in verminderde mate dienst te kunnen doen (S.M.E.V. of ziekte).

Behoudens uitzonderingen keert de patiënt na het ziekenrapport (onderzoek en behandeling, zoals het verbinden van wonden, hechten of uitgeven van medicatie), behoudens uitzonderingen, terug naar onderdeel (TNO).

Zieke militairen die niet in staat zijn naar het gezondheidscentrum of de hulppost te gaan, worden bezocht door een arts of Algemeen Militair Verpleegkundige.

Zie ook: role-1 (hulppost) en sick call.

Terug naar Boven

 

ZIEK THUIS PROCEDURE

Terug naar Boven

 

ZIPPO-RAID

Een Zippo-raid in de praktijk

Term die tijdens de Vietnamoorlog door Amerikaanse militairen werd gebruikt.

Beschrijft de praktijk van het aansteken van strohutten in dorpen waar Viet Cong (VC) aanwezig óf verdacht was. De hutten werden aangestoken met behulp van de Zippo "windproof lighter", sinds 1932 geproduceerd.

In de speelfilm 'Full Metal Jacket’ (1987), over de Vietnamoorlog, komen verschillende Zippo-raids voor.

Terug naar Boven

 

ZULU

Uitgesproken als “Zoe-loe”. Onder andere de 26ste letter uit het NATO-spelalfabet.

1

Roepnaam (call sign). Gestandaardiseerd als ziekenauto / gewondentransportmiddel.

2

Temperatuurmelding in NBC-berichten.

3

Tijdzone-aanduiding voor Greenwich Mean Time (GMT) / Universal Time Coordinated (UTC). Dit is de precieze lokale tijd op de zero- of nulmeridiaan, zoals die over de gemeente Greenwich ten zuidoosten van Londen loopt. Alle tijdzones hebben, evengoed als de Westeuropese Z(ulu)-tijd, een letter gekregen. Voorbeeld: 11.00 uur Z(ulu)-tijd, is in New York 06.00 R(omeo)-tijd (11.00 - 5 = 06.00) en in Moskou 14.00 C(harlie)-tijd (11.00 + 3 = 14.00).

Speciaal militair wordt Zulu-tijd gebruikt als kloktijd wanneer militaire oefeningen en operaties tegelijkertijd in meerdere tijdzones plaatsvinden, zodat de oördinatie en uitvoering geen gevaar lopen (in het Engels: zulu time; in het Frans: heure zulu). Voorbeeld: een operatie in Irak die wordt geleid vanuit de Verenigde Staten, met vliegtuigen die opstijgen in Italië en vanuit de Perzische Golf. Zulu-tijd is niet hetzelfde als “local time” (lokale tijd). In een datumtijdgroep wordt Zulu-tijd met een achtervoegsel aangegeven.

4

Legio overige aanduidingen in de militaire setting, zoals de afkorting voor een positiezoeker (‘Papa Zulu’) of het Protestants Militair Tehuis (PMT) ‘Baan Zulu’ te Harskamp (gemeente Ede).

Zie ook: data & tijden, datumtijdgroep en hour (G-, L-, Y-, M- en H-Hour).

Terug naar Boven

 

ZWAARDMACHT

Schwertrecht right of the sword droit du glaive.

Latijn: ius gladdi. Letterlijk: recht van het zwaard.
 
Het geweldsmonopolie van de overheid en de uitoefening daarvan. Volgens de Grondwet en overige wetten (legaliteitsbeginsel) is het geweldsmonopolie het gemachtigd uitoefenen van functionele ‘dwang door geweld’ uit naam van een soevereine rechtsstaat. Dwang door geweld gaat verder dan het recht op zelfverdediging en omvat ook dodelijk geweld.

De bestaansreden van de zwaardmacht is de handhaving van (de rechtsgang in) de rechtsstaat.

Staatkundig kan het bestaan van de krijgsmacht niet worden gescheiden van de essentie van de rechtsstaat: nationale vrijheid, politieke onafhankelijkheid en volkenrechtelijke soevereiniteit. De krijgsmacht is in staat om te vechten, zowel in fysieke zin als in overdrachtelijke zin (humanitaire missie, nationale operatie). In een democratische rechtsstaat is fysiek geweld een uiterst middel, dat pas gebruikt kan worden als andere middelen hebben gefaald.

Het behoud van orde, recht en veiligheid in het staatsbestel sluit dwang door geweld niet uit, maar alleen in uitzonderlijke situaties ter bescherming van de staatsburgers, zoals bij het beslechten van conflicten (oorlog), het verdedigen van de rechten van de staat of in het geval van ernstige ordeverstoringen die niet door de burgers van de staat zelf kunnen en/of mogen worden opgelost.

Als één van de exclusieve, onvervreemdbare taken van de overheid is de zwaardmacht door de politiek – regering en parlement – democratisch ingebed in de rechtsstaat. Hierin staat de overheid boven de samenleving en is zelfs bevoegd zijn burgers eenzijdig maatregelen op te leggen. De relatie tussen de zwaardmacht en haar burgers is daarmee een asymmetrische.

Hoewel de overheid het recht, en soms zelfs de plicht, heeft om de zwaardmacht te gebruiken, is dit instrument verstrekkend en kan het diep ingrijpen in het leven van burgers. Zowel de besluitvorming tot als de feitelijke inzet vragen om grote zorgvuldigheid en weloverwogen toepassing van de bevoegdheden.

De trias politica (scheiding van machten) is in de democratische rechtsstaat ingebed. De inzet van de zwaardmacht als uitvoerende macht is ondergeschikt aan en wordt gecontroleerd door de wetgevende macht (Staten-Generaal) en de rechterlijke macht (rechtspraak). De democratische controle is het afleggen van politieke verantwoording aan de volksvertegenwoordiging (Tweede Kamer der Staten-Generaal).

Op 22 juli 1953 sprak luitenant-generaal B.R.P.F. Hasselman, Chef van de Generale Staf, bovenstaande woorden uit in zijn herdenkingsrede in de Grote Kerk te Breda bij het 125 jarig jubileum van de Koninklijke Militaire Academie.

De zwaardmacht dient de publieke zaak (res publica, regering) in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en is georganiseerd in de politie en de krijgsmacht:

Politie

Krijgsmacht

► Ten behoeve van de inwendige veiligheid van de staat (veiligheid naar binnen).
► Waarborgt de veiligheid op straat.

► Ten behoeve van de uitwendige veiligheid (veiligheid naar buiten).
► Waarborgt de veiligheid van de staat.

Geweldspotentieel klein

Geweldspotentieel groot

Primaat voor:

► handhaving van het recht en bestrijding van het onrecht
► bescherming van de veiligheid en openbare orde van haar onderdanen
► bijdragen aan een goed functionerende rechtsstaat

Primaat voor:

► bescherming van de territoriale integriteit van de staat (aanslagen door vijanden afslaan)
► continuïteit van het staatsbestel (wet doen naleven)
► veiligheid van haar onderdanen

BIJBEL

De Bijbel maakt ook gewag van de zwaardmacht. Gereformeerde christenen geloven dat de overheid door God is ingesteld. God heeft de overheid gemachtigd om het zwaard te hanteren: wetten uit te vaardigen, te handhaven en dienovereenkomstig te straffen, in het uiterste geval zelfs met de dood.

Het zwaard symboliseert de macht van de overheid, met als karakteristiek dat desnoods van wapens gebruik wordt gemaakt. Tegelijkertijd ligt in dit citaat de beperking van het recht zich gewapenderhand te verdedigen (zwaardrecht): voor de uitoefening van de zwaardmacht is het essentieel dat de overheid van Godswege bekleed is met de zwaardmacht.

De brief van de apostel Paulus (Nieuwe Testament, Romeinen 13:4) handelt over de zwaardmacht van de overheid in verhouding tot haar onderdanen: “Want zij is Gods dienares, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet, zo vrees; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf van degene die kwaad doet.”
 

Kenmerken van het domein krijgsmacht in de zwaardmacht:

► De militair heeft een specifieke rechtspositie, waarin bepaalde grondrechten (zoals stakingsrecht) ontbreken, en onderwerping aan de krijgstucht en (inter)nationale wetten en verdragen is bedongen; is apolitiek; en kan in attitude en gedrag voor iedereen zichtbaar de toets der kritiek doorstaan.

 

► Militairen die functioneel geweld uitoefenen wordt zo groot mogelijke rechtszekerheid geboden. Militairen moeten erop kunnen vertrouwen dat ze niet strafrechtelijk worden vervolgd als ze zich houden aan de dienstvoorschriften, dienstbevelen en geweldsinstructies.

 

► Het bezit van geweldsmiddelen stelt specifieke eisen aan zowel de taakstelling als de bedrijfsvoering van de krijgsmacht.

 

► Soms is de overheid verplicht geweld toe te passen ter bescherming van vrede en veiligheid, ook in internationaal verband. Binnen de internationale samenleving van staten beschikt Nederland over een toereikend toegeruste krijgsmacht.

 

► De overheid, beheerder van de zwaardmacht, is zich bewust dat Nederlandse militairen zich in situaties kunnen bevinden waarin ze in onoverzichtelijke, vaak dreigende omstandigheden en onder extreme tijdsdruk, ingrijpende beslissingen op leven en dood moeten nemen.

Uitspraak van de Nijmeegse hoogleraar staatsrecht mr. dr. H.Ph.J.A.M. Hennekens in het artikel 'Prof klaagt opzet politie aan: pitbulls weg, bromsnor terug' (Leeuwarder Courant, 5 juni 1990).

 

ROMEINSE TIJD

Aan het begin van de jaartelling hadden Romeinse provinciebestuurders de exclusieve bevoegdheid om Romeinse staatsburgers voor een ernstig misdrijf ter dood te veroordelen.

Joodse leiders hadden, volgens het nieuwtestamentische verhaal van de dood van Jezus, weliswaar het recht om iemand op hun grondgebied gevangen te zetten, maar alleen de Romeinen hadden het ius gladii. Om veroordeeld te kunnen worden moest Jezus voor de Romeinen worden gebracht om rechtsgeldig een straf te kunnen voltrekken.
 

PRIVATISERING

Sinds het einde van de Koude Oorlog maken westerse krijgsmachten in toenemende mate gebruik van private bedrijven welke direct taken uitvoeren bij de ondersteuning van militaire operaties, doorgaans logistiek of in de beveiliging. Daardoor staat de zwaardmacht als exclusief recht van de overheid onder druk.

De privatisering van het gevechtsveld, bovenop de veiligheid die wordt gegeven door staten en overheidsinstellingen, neemt almaar toe. Doordat (te) weinig controle op de inzet van geweld kan zijn, is het privatiseren van de zwaardmacht is een delicaat punt.

In relatie tot de piraterijbestrijding in de Somalische kustwateren (EU-operatie Atalanta en NAVO-operatie Ocean Shield) is in Nederland door de reders gevraagd zich met private beveiligingsbedrijven naast de Koninklijke Marine te mogen beschermen tegen de piraten.

Steeds vaker wordt vertrouwd  op Private Military Companies/Contractors en andere externe partijen om veiligheid te waarborgen.

Enkele citaten met betrekking tot de zwaardmacht:

►“We zijn niet zomaar een organisatie, we zijn de zwaardmacht van de Nederlandse staat.”

 

Staatssecretaris van Defensie Jan Gmelich Meijling, Nederlands Dagblad, 18 september 1996.

►“Wanneer men wil vaststellen welke rol de zwaardmacht in de nationale strategie heeft te vervullen, kan men dit het gemakkelijkste doen via het nationale inkomen. Het aandeel dat de zwaardmacht krijgt van het nationale inkomen is bepalend voor het belang, dat de politici hechten aan de zwaardmacht als middel om de politieke doelstellingen te bereiken.”

 

Kapitein der infanterie G.H. van Koesveld in zijn artikel 'De militair-strategische opvattingen in de Sovjet-Unie’ (Militaire Spectator, 1965).

►“De krijgsmacht is en blijft de zwaardmacht en daarnaast, omdat zij bestaat, ook op andere manieren een instituut dat publieke taken vervult.”

 

Brigadegeneraal b.d. Hans Bosch, hoofdredacteur Militaire Spectator (editoriaal ‘Hoofdlijnen’, jaargang 168, nummer 5, 1999).

►“Het is zoals Admiraal Michiel de Ruyter in het jaar 1675 zei, toen hem door het landsbestuur werd gevraagd ten strijde te trekken met te weinig manschappen en te weinig schepen. De Ruyter antwoordde slechts: ‘De Heeren hebben mij niet te verzoeken maar te gebieden. En al wierd mij bevoolen ’s lands vlag op een enkel schip te voeren, ik zou daarmee te zee gaan.”

Toespraak Commandant der Strijdkrachten, generaal Peter van Uhm, bij zijn commando-overdracht aan de nieuwe CDS op 28 juni 2012 in Den Haag.

Terug naar Boven

 

ZWAARTEPUNT

Schwerpunkt.
(point of) main effort; center of gravity (COG).
centre de gravité.

Afgekort: zwpt.

ALGEMEEN

Synoniem: hoofdaanval.

Plaats waar de meerderheid van de gevechtskracht (crisisbeheersingsvermogen) wordt ingezet om een gewenst effect te bereiken. Een doel dient te worden aangegrepen dan wel een doelstelling te worden bereikt.

Het zwaartepunt, op de juiste plaats en tijd, creëert overwicht, waardoor het gestelde doel met succes kan worden bereikt. Voorwaarden hiervoor zijn onder meer een doeltreffende commandovoering en een hoge mobiliteit.

Andere factoren van invloed (kunnen) zijn:

► gevechtsorganisatie

► grootte van de Area of Responsibility (AOR)

oogmerk van de commandant

► toebedeling van de gevechts(verzorgings)steun

► wijze van optreden

Buiten het zwaartepunt dient een commandant een verantwoord minimum aan middelen in te zetten, omdat een gekozen zwaartepunt inhoudt dat elders een relatieve zwakte wordt geaccepteerd en een zeker risico wordt genomen. Middelen worden gekozen naar hoeveelheid, naar soort én in verhouding tot het gestelde doel (proportionaliteit). Andere acties, buiten het zwaartepunt, kunnen de hoofdaanval ondersteunen, zoals misleidings- en/of schijnaanvallen.

In bergen, jungle, oorden en woestijnen ontbreekt vaak een moeiteloos aan te grijpen zwaartepunt.

Gerelateerd aan bijvoorbeeld het winnen van hearts & minds (WHAM) kan de sociale dimensie binnen een operatie eveneens als zwaartepunt worden onderkend.

VOLGENS CLAUSEWITZ

Element van het vijandelijk vermogen, met name de wil (het menselijk vermogen om bewust te streven naar verwezenlijking van iets), waarvan het vernietigen zal leiden tot een nederlaag of, in elk geval, het verlangen om vrede te bereiken.

Hiermee is het zwaartepunt zoals de Pruisische generaal Carl von Clausewitz dit in 1820 introduceerde een beslissingsfactor in het gevecht.

Met 'elementen' worden hier een belangrijke stad, de bevolking, de economie van een land of een politiek leider bedoeld. Het Clausewitziaanse zwaartepunt richt zich dus niet zozeer op een militair alswel op een civiel doel.

Het zwaartepunt beperkt zich bij Clausewitz op één aandachtspunt. Veldmaarschalk Paul von Hindenburg (1847-1934) zei hierover: "Eine Operation ohne Schwerpunkt ist wie ein Mann ohne Charakter."

IN GENEESKUNDIG OPTREDEN

Plaats waar de geneeskundige gevechtsverzorgingssteun, al dan niet geloceerd, wordt ingezet om afvoer en behandeling mogelijk te maken tijdens verschillende gevechtsvormen.

Ten tijde van de Koude Oorlog (Opplan 1) – gerelateerd aan aanvallend, verdedigend en vertragend gevecht – was de doctrine afvoergericht, tijdens Peace Support Operations na de val van de Berlijnse Muur (1989) doctrine hoofdzakelijk behandelgericht.

Tijdens een PSO kan alleen een snel verplaatsbare gewondenafvoergroep (ten behoeve van Role 1 MTF), in de hoedanigheid van een pantservoertuig voor gewondentransport, worden ingezet in het zwaartepunt van de gevechtshandelingen.

Wanneer het volgen van (de manoeuvre in) het gevecht niet of nauwelijks mogelijk is, kan afvoer en/of behandeling door de lucht (CASEVAC of MEDEVAC) uitkomst bieden.

Zie ook: Area of Responsibility (AOR), Carl von Clausewitz, CASEVAC, commandovoering, disrupt operation, gevechtsvormen, hearts & minds (WHAM), jungle, Koude Oorlog, MEDEVAC, oogmerk (Commander's Intent), oord, Operatieplan 1 (Opplan 1), Peace Support Operation (PSO), planningsfactor en Role 1 Medical Treatment Facility (MTF).

Terug naar Boven

 

ZWARE WAPENS COMPAGNIE

heavy weapons coy.

Afgekort: zwwpnscie.

Sinds 2010 beproefd concept binnen de luchtmobiele infanteriebataljons van de Koninklijke Landmacht, waartoe de Staf- en Antitank-compagnieën (STAT) zijn aangepast tot D(elta)-compagnieën. De D-compagnieën verschaffen de luchtmobiele infanteriebataljons doelopsporingscapaciteit, mobiliteit en vuurkracht. Om een gebied te domineren - en een begin te maken met stabiliseren - kunnen de bataljons of de brigade in zijn geheel de zwwpnscien inzetten.

De beproeving volgde op ervaringen met de gemotoriseerde Battle Group in Afghanistan, waar een patrouille-eenheid minimaal uit 25 à 30 militairen bestond, en het gegeven dat antitankwapens niet langer alleen maar voor gebruik tegen gepantserde doelen zijn bedoeld (ook voor versterkte opstellingen, ongepantserde voertuigen, gebouwen en bunkers) en door de grotere operatiegebieden en irreguliere tegenstanders de vraag naar zelfstandige verkenningscapaciteit is toegenomen.

De zwwpnscien zijn in staat over grotere afstanden met significant meer slagkracht zelfstandig verkenningsopdrachten uit te voeren gedurende 48 à 72 uur. Daarnaast zijn de pelotons als rijdende vuurbasis geschikt voor konvooibegeleiding.

De pilot met de zwwpnscien eindigde in de oefening Emerald Move in Senegal in november 2010. Het concept is voor het eerst grootschalig beoefend tijdens de oefening Falcon Autumn in Nederland in september/oktober 2011.

Binnen de STAT-compagnieën zijn uiteindelijk de drie antitankpelotons omgevormd naar twee zwwpnspels met elk acht MB's. Inzet vindt altijd plaats met tenminste twee voertuigen tegelijkertijd.

De zwwpnspels beschikken over speciaal uitgeruste terreinwagens: Mercedes Benz 10kN soft top wielvoertuigen. Deze compleet gemodificeerde Mercedes Benz verbindingsvoertuigen en ziekenauto's wegen beladen ± 4.500 kg en vereisen een rijbewijs C. Elke MB kan, afhankelijk van het soort inzet, worden bemand met 3 of 4 militairen.

In het project Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen (DVOW) wordt rekening gehouden met het instromen, tussen 2012 en 2018, van een luchtmobiel voertuig voor vier personen.

Elk MB-wapenplatform is standaard uitgerust met een .50 mitrailleur of 40 mm granaatwerper (AGW) op ringaffuit (opdat 360 graden rondom kan worden beveiligd en/of de opponent continue zwaar onder druk kan worden gehouden), antitankwapens GILL en Panzerfaust, mitrailleur Minimi en een rookbuslanceerinstallatie.

Terug naar Boven

 

ZWECK - ZIEL - MITTEL

ends - ways - means.
objectif (politique de la guerre) - but (militaire dans la guerre) - moyen militaire.

Nederlands: politiek einddoel - militaire methode (strategie) - militaire middelen (tactiek).

Voluit: Achse von Zweck, Ziel und Mittel. Synoniem: Zweck-Ziel-Mittel-Achse; Zweck-Ziel-Mittel-Relation.

De Pruisische generaal Carl von Clausewitz bestudeerde conflicten in zijn tijd op basis van een as van door de politiek bepaalde einddoelen, militaire methoden om dat doel te bereiken en militaire middelen om aan te wenden - de trinitaire theorie van Clausewitz.

De trinitaire theorie beschrijft de theoretische werkelijkheid van oorlog. Hieraan gekoppeld is de Clausewitziaanse drie-eenheid regering - krijgsmacht - volk.

In de Pruisische tijd werd oorlog alleen door staten - uit hoofde van regeringen - gevoerd. Oorlogen waren het exclusieve politieke domein en instrument van een regering, dat strikt kon worden gehanteerd dankzij de krijgsmacht en het volk.

Hoewel die scherpe verdeling uit de Pruisische tijd (eind 18e, begin 19e eeuw) is verdwenen - zowel regeringen als reguliere strijdmachten (krijgsmachten) zijn tegenwoordig vaak afwezig wanneer oorlog wordt gevoerd - is Clausewitz' gedachtegoed over het karakter van oorlog allesbehalve passé en, sterker nog, onverminderd bruikbaar:

► Het politieke einddoel (ZWECK) van oorlogvoering worden bepaald door en ontleend aan politiek beleid.

► Met behulp van militaire methoden (ZIEL) wordt geprobeerd het gewenste politieke einddoel te behalen. De (veiligheids)strategie bepaalt hoe de opponent weerloos moet worden gemaakt ("wehrlos zu machen"). Dit is onder andere mogelijk door de opponent te neutraliseren, de wil om te vechten te ontnemen (bijvoorbeeld door propaganda te voeren) of politiek te isoleren door steun te geven aan de oppositie.

► Als militaire middelen (MITTEL) voor het bereiken van het gewenste politieke einddoel kunnen alle mogelijke machten die een staat ten dienste staan worden ingezet.

In zijn standaardwerk 'Vom Kriege' schrijft Clausewitz:

"Der Krieg ist [...] ein Akt der Gewalt, um den Gegner zur Erfüllung unseres Willens zu zwingen"
"Oorlog is [...] een daad van geweld om de vijand dwingend onze wil op te leggen"

1e boek, ÜBER DIE NATUR DES KRIEGES, hoofdstuk 1, WAS IST DER KRIEG?, paragraaf 2.

Uit de Achse von Zweck, Ziel und Mittel volgt ook de duiding van Clausewitz' meest beroemde citaat:

"Der Krieg ist eine bloße Fortsetzung der Politik mit anderen Mitteln"
("Oorlog is een voortzetting van de politiek met andere middelen")

1e boek, ÜBER DIE NATUR DES KRIEGES, hoofdstuk 1, WAS IST DER KRIEG?, paragraaf 24.

"Oorlog is een voortzetting van de politiek met andere middelen" betekent dat de krijgsmacht het beleid dat door de politiek is geformuleerd, met alle mogelijke (militaire) middelen voortzet zodra het oorlogvoeren aanvangt. Von Clausewitz hechtte evenveel waarde aan het primaat van de politiek als wij nu.

De inzet van de krijgsmacht - en dus ook het voeren van oorlog - zijn altijd ondergeschikt aan de politiek. Dit komt in Nederland tot uitdrukking in artikel 97, 2e lid van de Grondwet: "De regering heeft het oppergezag over de krijgsmacht."

De regering bepaalt waar en wanneer (onderdelen van) de krijgsmacht worden ingezet.

RELATIE MET BELEID, CONCEPTEN, DOCTRINE EN CAPABILITIES-CAPACITIES

Voor elk niveau van het planningsproces wordt het politieke einddoel (ends), de militaire methode (ways) en de militaire middelen (means) beschreven.

Hierdoor onderscheidt zich ook de invloed van en relatie met beleid, concepten, doctrine en capabilities-capacities:

 

Politiek-militair niveau

Uitvoerend niveau

ENDS
Doelstellingen

Ends zijn doelstellingen die zijn ontleend aan (politiek) beleid.

Ends, geven richting aan wat te doen en wat te laten.

Doctrine en concepten geven advies aan besluitvorming over ends.

 

Ends zijn de militaire doelen.

WAYS
Methoden

Ways beschrijven hoe doelstellingen moeten worden bereikt.

Ways worden gevormd door de veiligheidsstrategie.

Doctrine en concepten helpen om ideeën en richting te ontwikkelen voor het identificeren van de ways.

 

Ways gaan over de te voeren tactiek.

MEANS
Middelen

Means voorzien in de capaciteiten en (niet-)militaire middelen op elk gebied die noodzakelijk zijn om de doelstellingen te realiseren.

Doctrine ondersteunt met name de korte- en middellange termijnontwikkeling van capaciteiten.

Concepten ondersteunen met name de (middel)lange termijnontwikkeling van capaciteiten.

Means hebben betrekking op de daarbij in te zetten (niet-)militaire middelen.

 

"Clausewitz offers a tripartite stipulation of war as the application of violent means (Mittel) to realize military aims (Ziele) to achieve political ends (Zwecke)."

Bron: 'Clausewitz and Small Wars', prof. dr. Christopher Daase. Bijdrage in 'Clausewitz in the Twenty-First Century', 2005.

Zie ook: capability - capacity, Carl von Clausewitz, doctrine, strategie, tactiek, The Transformation of War. The Most Radical Reinterpretation of Armed Conflict Since Clausewitz (Martin van Creveld, 1991) en Vom Kriege van Clausewitz. Een biografie (Hew Strachan, 2009).

Terug naar Boven

 

ZWEEFVLIEGTUIG

Segelflugzeug; Segler glider planeur.

Vliegtuig dat zich met behulp van aerodynamica, zonder motor, door de lucht verplaatst.

Een zweefvliegtuig is geconstrueerd van lichte materialen en heeft verhoudingsgewijs grote vleugeldraagvlakken en een vaak slanke bouw, waardoor het gemakkelijk - gedragen door luchtlagen en opwaartse luchtstromingen - kan zweven. Het zweefvliegtuig wordt aan een kabel door een lier of ander vliegtuig in de lucht getrokken en op sleeptouw genomen voor de eerste fase van de vlucht. Zodra het zweeflvliegtuig hoog genoeg op koers is wordt de kabel van het aantrek- of sleepvliegtuig ontkoppeld. Het laatste deel van de vlucht vliegt de piloot het zweefvliegtuig naar een geschikte landingsplaats.

In de Tweede Wereldoorlog werden zweefvliegtuigen voor het eerst gebruikt om militairen en materieel snel en verrassend op een bepaalde plaats te brengen. Troepen die per zweefvliegtuig (glider-borne infantry) werden ingevlogen, behoorden tot de luchtlandingstroepen en werden vanwege het verrassingselement, evenals parachutisten, vaak in de eerste aanvalsgolf ingezet.

Omdat door het ontbreken van het verrassingselemment een luchtlanding op de klassieke manier niet in aanmerking kwam, gebruikten de Duitsers zweefvliegtuigen bij de aanval op het grasdak bovenop het Belgische fort Eben-Emael en bij de luchtlandingen op Kreta.

De aanval op Eben-Emael vond plaats op 10 mei 1940 met negen transportzweefvliegtuigen van het type DFS 230, elk getrokken door een Junker Ju-52. In elke Kampf- und Lastensegler DFS 230 zaten bij elkaar 77 FallschirmjäGer, die één voor één de bunkers en geschutskoepels met daarin de wapensystemen onklaar maakten. Binnen 20 minuten was Eben-Emael in Duitse handen.

Bij de luchtaanval op Kreta zetten de Duitsers naast parachutisten (tot op heden de grootste parachutistenaanval uit de geschiedenis) opnieuw zweefvliegtuigen in. Operatie MERCURIUS liep uit op de Slag om Kreta (20 mei - 1 juni 1941). Hoewel de operatie tactisch geslaagd was, omdat het eiland werd veroverd op de geallieerden, werd de Duitse overwinning duur betaald: alleen al tijdens de twaalf dagen durende Slag om Kreta kwamen ruim 3.350 Duitsers om het leven. Na Kreta hebben de Duitsers vervolgens nooit meer een belangrijke luchtlandingsaanval uitgevoerd.

Door de geallieerden werden zweefvliegtuigen in grote aantallen ingezet, onder andere in operatie OVERLORD, de geallieerde landingen in Normandië, operatie MARKET GARDEN en operatie VARSITY.

In bijna negenhonderd zweefvliegtuigen werden tijdens operatie OVERLORD 13.000 militairen vervoerd. Spectaculair was de actie waarin zes Horsa-zweefvliegtuigen van de Britse 6th Airborne Division letterlijk bovenop de stellingen van de veiligheidsbezettingen rond de bruggen over de rivier Orne werden gedirigeerd.

MARKET GARDEN & 'KING KONG'

Op de tweede dag van Operatie Market Garden, 18 september 1944, wordt omstreeks 15.00 uur boven het Brabantse Oisterwijk een Waco-zweefvliegtuig neergehaald dat vanuit Engeland onderweg is naar een landingszone bij Son.

Een 'lucky shot': het toestel behoort tot de slechts 1,5% van de geallieerde vliegtuigen dat tijdens de operatie is neergehaald.

Zo'n 15 km verderop is het hoofdkwartier van de Duitse generaal Kurt Student gevestigd. In een aktetas van een van de 25 omgekomen inzittenden van het toestel, een Amerikaanse officier, vinden de Duitsers het operatieplan van 101st Airborne Division voor operatie MARKET GARDERN. Inclusief vluchtplannen, tijdtabellen, landingszones, deelnemende eenheden en operatiedoelen.

De commandant van het 1e Duitse parachutistenleger weet nu wat de geallieerden van plan zijn en neemt onmiddellijk maatregelen door de bruggen te laten verdedigen.

De ontdekking van het operatieplan had van de vermeende verrader van MARKET GARDEN een getuige à décharge kunnen maken: Christiaan Lindemans, alias 'King Kong'.

Tijdens MARKET GARDEN kwam ± 70% van de ruim 20.000 geallieerden in zweefvliegtuigen aan de grond, wat al aangeeft hoe tactisch veelzeggend de inzet van gliders was geworden.

In de eerste twee dagen van MARKET GARDEN werden ruim 1.600 zweefvliegtuigen ingezet, tijdens de gehele operatie zo'n 2.600 zweefvliegtuigen.

De toestellen waren types als Airspeed Horsa Mark-II, Hamilcart en Waco CG-4.

De landingsterreinen waar personeel en materieel uit de gliders moest worden gehaald, lagen zeer verspreid: de Edese en Ginkelse Heide, Grave, Groesbeek, Oosterbeek, Overasselt, Renkum, Son, Veghel en Wolfheze. Het neerstorten van zweefvliegtuigen met jeeps tijdens de landingen in de buurt van Arnhem bevorderde het mislukken van de operatie; hierdoor was het niet mogelijk snel naar de Rijnbrug in Arnhem te verplaatsen.

In MARKET GARDEN namen zes Amerikaanse en twee Britse zweefvliegtuigeenheden aan de luchtlandingen deel:

 

1st (UK) Airborne Division:

No. 2 Wing, The Glider Pilot Regiment

No. 1 Wing, The Glider Pilot Regiment

 

82nd (US) Airborne Division:

325th Glider Infantry Regiment

319th Glider Field Artillery Battalion (75mm)

320th Glider Field Artillery Battalion (75mm)

 

101st (US) Airborne Division:

327th Glider Infantry Regiment

321st Glider Field Artillery Battalion (75mm)

907th Glider Field Artillery Battalion (75mm)

Frappant is dat de Amerikaanse divisiecommandanten tot een tegengestelde inzet van de gliders besloten. Generaal James Gavin, commandant van 82nd Airborne Division, besloot de eerste wave gliders te benutten voor zijn 75mm-artilleriesteun, omdat hij niet wilde vertrouwen op het op tijd komen van de Britse artilleriesteun; 325th kwam in de tweede wave. Generaal Maxwell Taylor, commandant van 101st Airborne Division) koos ervoor eerst 327th Glider Infantry Regiment in te zetten en pas in de tweede wave zijn veldartilleriebataljons.

Besluitvorming die het strijdverloop van MARKET GARDEN negatief heeft beïnvloed is afkomstig van de Britse generaal Sir Frederick Browning. De commandant van het 1st Airborne Corps besloot zijn staf ook in het operatiegebied aan de grond te zetten. Met de 38 gliders (!), die nodig waren om zijn staf te verplaatsen, had een extra bataljon kunnen worden ingevlogen, waardoor op de eerste dag van de luchtlandingen bij Arnhem maar één in plaats van twee droppingen plaatsvonden. Des te schrijnender was het dat de staf, gelet op de aard van operatie, niet in staat was de gevechten te leiden.

Dat de geallieerden hadden geleerd van de mislukking van MARKET GARDEN blijkt uit het welslagen van operatie VARSITY. Bij deze luchtlanding in het Rijnland in maart 1945 werden met 1.696 transportvliegtuigen en 1.348 zweefvliegtuigen maar liefst 21.680 man naar het operatiegebied gebracht.

Tijdens de hachelijke omsingeling van Bastogne tijdens het Ardennenoffensief zette generaal Anthony McAuliffe van de 101st Airborne Division op 26 en 27 december 1944 zijn 327th Glider Infantry Regiment in om met 46 zweefvliegtuigen de troepen in de stad met 70.000 kg te herbevoorraden.

Hoewel in Korea voor het eerst na de Tweede Wereldoorlog weer gebruik werd gemaakt van zweefvliegtuigen, zijn ze sindsdien inzetmatig verdrongen door helikopters en parachutisten. Helikopters hebben het voordeel dat ze lang niet zo weerloos zijn als gliders en militairen ook kunnen oppikken.

Daar staan de voordelen van zweefvliegtuigen tegenover, die in grote aantallen exact op locatie kunnen landen, nagenoeg geluidloos zijn en moeilijk voor de vijand te identificeren.

De volgende kenmerken geven echter aan dat zweefvliegtuigen ook kwetsbaar zijn, waarbij de kans op vernieling van het toestel en/of de lading groot is:

► achter de sleepvliegtuigen tijdens de vlucht richting het operatiedoel;

► de hoeveelheid tonnage aan vracht die kan worden vervoerd is beduidend minder dan bij gemotoriseerde vliegtuigen;

► een zweefvliegtuig kan bij het remmen tijdens de landing gemakkelijk omzwaaien;

► het landen met een zweefvliegtuig stelt eisen aan het landingsterrein (onbedekt en vlak);

► voor het vliegen in formatie met zweefvliegtuigen op sleeptouw is voldoende horizontaal zicht noodzakelijk

Zie ook: operatie MARKET GARDEN en operatie OVERLORD.

Terug naar Boven

 

ZWITSERSE GARDE

Pauselijke paleis- en lijfwacht, die bestaat uit enkel rooms-katholieke Zwitsers.

De garde is opgericht in 1505, toen paus Julius II tweehonderd Zwitserse hellebaardiers vroeg om de pauselijke staat te dienen. Op volle sterkte telt het keurkorps 110 à 120 officieren en soldaten, waarmee de Zwitserse garde het kleinste leger ter wereld is.

De Zwitserse Garde maakt deel uit van de Pauselijke Kapel (Cappella Pontificia). Dit zijn alle uit alle personen die de paus bijstaan als hoofd van de rooms-katholieke kerk, zowel bij de liturgie als andere religieuze ceremonies.

Een groot deel van het werk van de gardisten is heden ten dage louter ceremonieel, maar voor de bewaking van de vier hoofdingangen van het Vaticaan, de privévertrekken van de paus en voor zijn veiligheid bij buitenlandse reizen staan de gardisten nog altijd in.

Het ontwerp van het uniform van de gardisten - met blauwe, gele en rode motieven - wordt (foutief) toegeschreven aan Michelangelo, maar is kort na de Tweede Wereldoorlog bedacht door commandant Jules Répond.

De kleuren verwijzen naar de familie Medici, die zelf vier pausen leverde. De helm dateert uit de renaissance.

De Zwitserse Garde is onzichtbaar met moderne wapens uitgerust, maar elke gardist wordt ook getraind in het gebruik van hellebaard (twee meter lang, zes kilogram zwaar) en zwaard.

Naast de garde vindt er tevens bewaking plaats door andere Vaticaanse veiligheidsfunctionarissen en de Italiaanse politie.

Een lid van de Zwitserse Garde dient minimaal 1 meter 74 lang te zijn, tussen 19 en 30 jaar oud, in Zwitserland de dienstplicht hebben vervuld en een bewijs van goed gedrag kunnen voorleggen. De gardist moet minimaal twee en maximaal 25 jaar.

Bron: 'Die Päpstliche Schweizergarde', vervaardigd door Giorgio Cantelli.

Zie ook: Pieter Jansz. Jong, pauselijk zoeaaf, 1867 (Militaire Canon).

Terug naar Boven

 

Laatste update:24.10.2016